wetzoeker

Artikel II Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten

1 De Partijen erkennen dat het van belang is dat trekkende soorten worden behouden en dat de Staten die deel uitmaken van het verspreidingsgebied, telkens wanneer dit mogelijk en wenselijk is, overeenstemming bereiken over de daartoe te nemen maatregelen, waarbij zij bijzondere aandacht dienen te besteden aan die trekkende soorten waarvan de mate en de aard van de bescherming niet-gunstig is en waarbij ieder afzonderlijk of in onderlinge samenwerking de passende en noodzakelijke maatregelen dient te nemen voor het behoud van deze soorten en hun leefgebieden.

2 De Partijen erkennen de noodzaak tot het nemen van maatregelen om te voorkomen dat een trekkende soort een bedreigde soort wordt.

3 In het bijzonder dienen de Partijen:

a. onderzoek betreffende trekkende soorten te bevorderen te ondersteunen en hieraan hun medewerking te verlenen;

b. alles in het werk te stellen om aan de trekkende soorten, vermeld in Bijlage I, onmiddellijke bescherming te verlenen; en

c. alles in het werk te stellen om overeenkomsten te sluiten betreffende het behoud en het beheer van de in Bijlage II vermelde trekkende soorten.

Regeling
Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten
Afkortingen
CMS
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-02-2006
BWB-id
BWBV0004769
Versie
2006-02-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl