wetzoeker

Artikel 5 Overeenkomst ter bestrijding van doping

1 Elke Partij verbindt zich tot:

a. het oprichten of het vergemakkelijken van de oprichting op haar grondgebied van één of meer laboratoria voor dopingcontrole die in aanmerking kunnen komen voor erkenning krachtens de criteria die zijn aangenomen door de bevoegde internationale sportorganisaties en zijn goedgekeurd door de Commissie van Toezicht overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, eerste lid, letter b; of

b. het ondersteunen van haar sportorganisaties bij het verkrijgen van toegang tot een dergelijk laboratorium op het grondgebied van een andere Partij.

2 Deze laboratoria worden aangemoedigd om:

a. passende maatregelen te nemen om bekwaam personeel in dienst te nemen en te behouden, op te leiden en bij te scholen;

b. passende programma's uit te voeren voor onderzoek en ontwikkeling betreffende dopingmiddelen en dopingmethoden die worden gebruikt of vermoedelijk worden gebruikt voor doping in de sport, en betreffende analytische biochemie en farmacologie, ten einde een beter inzicht te verkrijgen in de effecten van de verschillende stoffen op het menselijk lichaam en de gevolgen ervan voor sportprestaties;

c. nieuwe gegevens uit hun onderzoeken snel te publiceren en te verspreiden.

Regeling
Overeenkomst ter bestrijding van doping
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0004757
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl