wetzoeker

Nr. II Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Regering van de Federatie van Malaya betreffende de wederzijdse afschaffing van paspoortvisa

GEZANTSCHAP DER NEDERLANDEN

Kuala Lumpur, 20 januari 1959.

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van de Nota van Uwe Excellentie van 20 januari 1959 luidende als volgt:

(Zoals in nr. I)

In antwoord hierop heb ik de eer Uwer Excellentie mede te delen, dat de Nederlandse Regering de in Uw Nota vervatte voorstellen aanvaardt en er mede instemt, dat de bedoelde Nota en dit antwoord geacht zullen worden een overeenkomst te vormen tussen onze beide Regeringen over deze aangelegenheid.

Ik heb de eer te zijn, met de meeste hoogachting,

Uwer Excellentie's dienstwillige dienaar,

(w.g.) M. J. ROSENBERG POLAK

Tijdelijk Zaakgelastigde

Zijner Excellentie Tunku Abdul Rahman Putra Al-Haj, K.O.M,

Minister-President en Minister van Buitenlandse Zaken

Kuala Lumpur.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Regering van de Federatie van Malaya betreffende de wederzijdse afschaffing van paspoortvisa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-03-1960
BWB-id
BWBV0004753
Versie
1960-03-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl