wetzoeker

Artikel 19 Verdrag tot oprichting van de Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika

AANVULLENDE BEVOEGDHEDEN EN DIVERSEN

Naast de elders in dit Verdrag omschreven bevoegdheden heeft de Bank de bevoegdheid:

a. bij leden of elders fondsen te lenen, met dien verstande evenwel dat een lid, hetzij bij toetreding, of op een door het lid te bepalen latere datum, de Bank meedeelt dat:

i. de Bank, alvorens zij haar schuldbekentenissen op de markt van dat lid verkoopt, toestemming van dat lid heeft gekregen; en/of

ii. de Bank, wanneer de schuldbekentenissen van de Bank worden gesteld in de valuta van dat lid, toestemming van dat lid heeft gekregen;

b. fondsen die niet benodigd zijn voor haar werkzaamheden te beleggen of in bewaring te geven;

c. waardepapieren die de Bank heeft uitgegeven of gegarandeerd, of waarin zij middelen heeft belegd, te kopen en te verkopen op de secundaire markt;

d. waardepapieren te garanderen waarin zij middelen heeft belegd, ten einde de verkoop daarvan te vergemakkelijken;

e. alle andere bevoegdheden uit te oefenen en alle regels en voorschriften aan te nemen die nodig of geschikt zijn voor de bevordering van haar doelstellingen zoals genoemd in artikel 2 van dit Verdrag; en

f. samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met openbare of particuliere lichamen.

Regeling
Verdrag tot oprichting van de Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-08-1996
BWB-id
BWBV0004742
Versie
1996-08-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl