wetzoeker

Artikel 41 Verdrag tot oprichting van de Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika

VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN

De in dit hoofdstuk omschreven immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten worden verleend in het belang van de Bank; in de mate en onder de voorwaarden die de Bank bepaalt kan afstand worden gedaan van de in dit hoofdstuk omschreven immuniteiten, voorrechten en vrijstellingen in gevallen waarin een dergelijk handelen geen afbreuk doet aan de belangen van de Bank. De President doet afstand van een immuniteit, voorrecht of vrijstelling ten aanzien van een leidinggevend of ander personeelslid of een deskundige van de Bank, ingeval de immuniteit naar zijn oordeel een goede rechtspleging in de weg zou staan en daarvan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan de belangen van de Bank. In soortgelijke omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden heeft de Raad van Gouverneurs het recht en de plicht afstand te doen van een immuniteit, voorrecht of vrijstelling ten aanzien van de President.

Regeling
Verdrag tot oprichting van de Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-08-1996
BWB-id
BWBV0004742
Versie
1996-08-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl