wetzoeker

Artikel 35 Verdrag tot oprichting van de Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika

VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN

Rechtsvorderingen tegen de Bank, behoudens die welke vallen onder artikel 43 van dit Verdrag, kunnen slechts worden ingesteld voor een bevoegde rechter op het grondgebied van een lid waarin de Bank een kantoor heeft of een vertegenwoordiger heeft aangewezen voor het aannemen van gerechtelijke aanzeggingen. Er mag geen vordering worden ingesteld door i leden of personen die optreden voor of vorderingen hebben op leden of (ii) met betrekking tot persoonlijke kwesties. Eigendommen en activa van de Bank zijn vóór het uitspreken van het eindvonnis of de scheidsrechterlijke uitspraak tegen de Bank vrij van inbeslagneming, beslaglegging of executie, ongeacht waar deze zich bevinden en ongeacht wie deze in bezit heeft.

Regeling
Verdrag tot oprichting van de Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-08-1996
BWB-id
BWBV0004742
Versie
1996-08-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl