wetzoeker

Tekst Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering inzake de opheffing van de paspoort- en visumplicht

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

's-Gravenhage, 9 april 1958

Excellentie,

Hierbij heb ik de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw nota no. RK 502-85/251 d.d. 8 april 1958, betreffende het voornemen tot sluiting van een

Overeenkomst tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het

Koninkrijk der Nederlanden betreffende de opheffing

van de paspoort- en visumplicht

Ik moge U berichten dat de Nederlandse Regering bereid is tot het sluiten van een zodanige overeenkomst op de navolgende basis:

Ik heb de eer Uwer Excellentie mede te delen dat ik er mij mede kan verenigen dat Uwer Excellenties Nota alsmede mijn antwoord Nota zullen worden geacht een overeenkomst tussen onze beide Regeringen te vormen.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik Uwer Excellentie de hernieuwde verzekering van mijn zeer bijzondere Hoogachting te betuigen.

(w.g.) J. LUNS

Aan:

Zijne Excellentie

Dr Hans Mühlenfeld,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur

van de Bondsrepubliek Duitsland,

te 's-Gravenhage.

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering inzake de opheffing van de paspoort- en visumplicht
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
08-08-1968
BWB-id
BWBV0004739
Versie
1968-08-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl