wetzoeker

Artikel 9 Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

1 De aangezochte partij voldoet zo spoedig mogelijk aan het verzoek om rechtshulp en houdt daarbij zoveel mogelijk rekening met de door de verzoekende partij aangegeven procedurele en andere termijnen. De verzoekende partij licht de redenen voor de gestelde termijn toe.

2 Indien te verwachten valt dat het verzoek niet binnen de door de verzoekende partij gestelde termijn kan worden uitgevoerd, berichten de autoriteiten van de aangezochte partij onverwijld hoeveel tijd zij nodig achten voor de uitvoering van het verzoek. De autoriteiten van de verzoekende partij geven onverwijld aan of het verzoek om rechtshulp desalniettemin wordt gehandhaafd. De autoriteiten van de verzoekende en de aangezochte partij kunnen vervolgens afspreken welk gevolg aan het verzoek zal worden gegeven.

3 De aangezochte partij kan de rechtshulp opschorten indien de uitvoering van het verzoek eventueel een belemmering is voor een lopend onderzoek of een lopende vervolging.

Regeling
Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-2012
BWB-id
BWBV0004727
Versie
2012-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl