wetzoeker

Artikel 25 Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

1 De partijen plegen overleg over voorgenomen aangiften ter fine van vervolging teneinde na te gaan of strafvervolging op het grondgebied van de andere partij mogelijk is.

2 Alle aangiften door een van de partijen met het oog op strafvervolging voor de rechter van de andere partij dienen via de centrale autoriteiten te worden verzonden. Het bepaalde in artikel 5 is van toepassing.

3 De aangezochte partij dient binnen een termijn van drie maanden te laten weten welk gevolg er is gegeven aan deze aangifte en houdt de verzoekende partij op de hoogte van het verloop van de procedure alsmede van het resultaat ervan.

Regeling
Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-2012
BWB-id
BWBV0004727
Versie
2012-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl