wetzoeker

Artikel 17 Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Ten behoeve van de toepassing van het bepaalde in artikel 16:

a) worden verzoeken om overbrenging en de daarop betrekking hebbende berichten verzonden door de centrale autoriteiten van de partijen;

b) zijn in het akkoord tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen de voorwaarden opgenomen voor de tijdelijke overbrenging van de persoon en de termijn waarbinnen de persoon moet worden teruggebracht naar het grondgebied van de partij waar hij daarvoor gedetineerd was;

c) dient, indien voor de overbrenging de instemming van de betrokkene vereist is, door de partij op wier grondgebied deze persoon gedetineerd is, onverwijld een verklaring van instemming of een afschrift daarvan te worden verstrekt;

d) blijft de persoon die wordt overgebracht van zijn vrijheid benomen op het grondgebied van de partij waarnaar hij wordt overgebracht, tenzij de andere partij om zijn invrijheidstelling verzoekt. De duur van de hechtenis op het grondgebied van de partij waarnaar de persoon is overgebracht, wordt in mindering gebracht op de duur van de vrijheidsstraf die betrokkene dient te ondergaan;

e) het bepaalde in artikel 15 is van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-2012
BWB-id
BWBV0004727
Versie
2012-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl