Regel 91 Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Regels betreffende verscheidene hoofdstukken van het Verdrag
91.1 Verbetering van kennelijke fouten
a. Een kennelijke fout in de internationale aanvrage of in een ander door de aanvrager ingediend document kan in overeenstemming met deze Regel worden verbeterd indien de aanvrager daarom verzoekt.
b. Verbetering van een fout geschiedt op voorwaarde van machtiging door de „bevoegde autoriteit”, dat wil zeggen:
i. in het geval van een fout in het deel van de internationale aanvrage dat het verzoekschrift bevat of in een verbetering daarvan – door het ontvangende bureau;
ii. in het geval van een fout in de beschrijving, conclusies of tekeningen of in een verbetering daarvan, tenzij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd is ingevolge iii – door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek;
iii. in het geval van een fout in de beschrijving, conclusies of tekeningen of in een verbetering daarvan, of in een wijziging ingevolge artikel 19 of 34, indien een verzoek om internationale voorlopige beoordeling is gedaan en niet is ingetrokken en de datum waarop de internationale voorlopige beoordeling aanvangt in overeenstemming met Regel 69.1 verstreken is – door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling;
iv. in het geval van een fout in een document dat niet genoemd wordt onder i tot iii en ingediend is bij het ontvangende bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling of het Internationale Bureau, niet zijnde een fout in het uittreksel of in een wijziging ingevolge artikel 19 – door dat bureau of die instantie, naargelang van het geval.
c. De bevoegde autoriteit geeft uitsluitend een machtiging voor de verbetering van een fout ingevolge deze Regel indien het de bevoegde autoriteit duidelijk is dat op de van toepassing zijnde datum ingevolge paragraaf f iets anders beoogd was dan hetgeen in het desbetreffende document voorkomt en dat niets anders beoogd had kunnen zijn dan de voorgestelde verbetering.
d. In het geval van een fout in de beschrijving, conclusies of tekeningen of in een verbetering of wijziging daarvan, neemt de bevoegde autoriteit voor de toepassing van paragraaf c uitsluitend de inhoud van de beschrijving, conclusies en tekeningen in aanmerking en, indien van toepassing, de desbetreffende verbetering of wijziging.
e. In het geval van een fout in het deel van de internationale aanvrage die het verzoekschrift bevat of een verbetering daarvan, of in een document bedoeld in paragraaf b iv, neemt de bevoegde autoriteit voor de toepassing van paragraaf c uitsluitend de inhoud van de internationale aanvrage zelf en, indien van toepassing, de desbetreffende verbetering of het document bedoeld in paragraaf b iv in aanmerking, tezamen met eventuele andere met het verzoekschrift, de verbetering of document ingediende documenten, naargelang van het geval, een voorrangsbewijs ter zake van de internationale aanvrage dat de autoriteit in overeenstemming met de Administratieve Instructies ter beschikking staat, en eventuele andere documenten in het dossier van de autoriteit van de internationale aanvrage op de van toepassing zijnde datum ingevolge paragraaf f.
f. De toepasselijke datum voor de toepassing van de paragrafen c en e is:
i. in het geval van een fout in een onderdeel van de internationale aanvrage zoals ingediend – de datum van internationale indiening;
ii. in het geval van een fout in een document niet zijnde de internationale aanvrage zoals ingediend, met inbegrip van fouten in een verbetering of wijziging van de internationale aanvrage – de datum waarop het document was ingediend.
g. Een fout kan ingevolge deze Regel niet verbeterd worden indien:
i. de fout gelegen is het ontbreken van een of meer volledige elementen van de internationale aanvrage bedoeld in artikel 3, tweede lid, of van een of meer volledige bladen van de internationale aanvrage;
ii. de fout zich in het uittreksel bevindt;
iii. de fout zich in een wijziging ingevolge artikel 19 bevindt, tenzij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd is een machtiging af te geven voor de verbetering van een dergelijke fout ingevolge paragraaf b iii; of
iv. de fout zich in een beroep op een recht van voorrang of in een kennisgeving ten behoeve van verbetering of toevoeging van een beroep op een recht van voorrang ingevolge Regel 26bis 1 a bevindt, indien de verbetering van de fout tot wijziging van de datum van voorrang zou leiden;
met dien verstande dat deze paragraaf de werking van de Regels 20.4, 20.5, 26bis en 38.3 onverlet laat.
h. Indien het ontvangende bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling of het Internationale Bureau een voor verbetering vatbare kennelijke fout ontdekt in de internationale aanvrage of in een ander document, kan dat bureau of die instantie de aanvrager uitnodigen te verzoeken om verbetering ingevolge deze Regel.
91.2 Verzoeken om verbetering
Een verzoek om verbetering ingevolge Regel 91.1 wordt binnen 26 maanden na de datum van voorrang ingediend bij de bevoegde autoriteit. In het verzoek dient de te verbeteren fout te worden aangeduid alsmede de voorgestelde verbetering, en kan, naar keuze van de aanvrager, een korte toelichting zijn opgenomen. Regel 26.4 is van overeenkomstige toepassing op de wijze waarop de voorgestelde verbetering wordt aangegeven.
91.3 Machtiging en rechtsgevolgen van verbeteringen
a. De bevoegde autoriteit beslist onverwijld of zij een machtiging geeft voor een verbetering ingevolge Regel 91.1 of zulks weigert en stelt de aanvrager en het Internationale Bureau daarvan onverwijld in kennis, en bij weigering tevens van de redenen daarvoor. Het Internationale Bureau handelt zoals voorzien in de Administratieve Instructies, en stelt, zoals vereist, het ontvangende bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en de aangewezen en gekozen bureaus in kennis van de machtiging of weigering.
b. Indien ingevolge Regel 91.1 een machtiging is verleend voor de verbetering van een kennelijke fout, dient het desbetreffende document in overeenstemming met de Administratieve Instructies te worden verbeterd.
c. Indien machtiging is verleend voor de verbetering van een kennelijke fout is deze van kracht:
i. in het geval van een fout in de internationale aanvrage zoals ingediend – vanaf de datum van internationale indiening;
ii. in het geval van een fout in een document niet zijnde de internationale aanvrage zoals ingediend, met inbegrip van fouten in een verbetering of wijziging van de internationale aanvrage – vanaf de datum waarop dat document was ingediend.
d. Indien de bevoegde autoriteit een machtiging ingevolge Regel 91.1 weigert, publiceert het Internationale Bureau op een door de aanvrager bij het bureau ingediend verzoek binnen twee maanden na de datum van de weigering en op voorwaarde van de betaling van een bijzondere taks waarvan het bedrag is vastgesteld in de Administratieve Instructies, het verzoek om verbetering, de redenen voor de weigering door de autoriteit en eventueel nader kort commentaar dat door de aanvrager kan zijn ingediend, zo mogelijk tezamen met de internationale aanvrage. Een afschrift van het verzoek, de redenen en het eventuele commentaar worden overeenkomstig artikel 20 meegezonden wanneer de internationale aanvrage uit hoofde van artikel 64, derde lid, niet gepubliceerd wordt.
e. De verbetering van een kennelijke fout behoeft door een aangewezen bureau niet in aanmerking te worden genomen waar de behandeling of de beoordeling van de internationale aanvrage reeds is aangevangen voor de datum waarop dat bureau ingevolge Regel 91.3 a in kennis is gesteld van de machtiging voor de verbetering door de bevoegde autoriteit.
f. Een aangewezen bureau kan een verbetering waarvoor ingevolge Regel 91.1 een machtiging was afgegeven uitsluitend buiten beschouwing laten indien het vaststelt dat het geen machtiging voor de verbetering ingevolge Regel 91.1 zou hebben afgegeven indien het de bevoegde autoriteit zou zijn geweest, met dien verstande dat geen aangewezen bureau een verbetering waarvoor ingevolge Regel 91.1 een machtiging was afgegeven buiten beschouwing zal laten zonder de aanvrager in de gelegenheid te stellen binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn bezwaar te maken tegen het voornemen van het bureau de verbetering buiten beschouwing te laten.
- Regeling
- Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
- Afkortingen
- PCT
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0004680
- Versie
- 2026-01-01_0