wetzoeker

Regel 82quater Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Regels betreffende hoofdstuk III van het Verdrag

82quater.1 Het niet-aanrekenen van vertraging bij het nakomen van termijnen

a. Een belanghebbende kan bewijs overleggen dat een termijn vastgesteld in het Reglement voor het verrichten van een handeling voor het ontvangende bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie, de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling of het Internationaal Bureau niet in acht kon worden genomen vanwege oorlog, revolutie, burgerlijke onrust, staking, natuurramp, epidemie, algemene niet-beschikbaarheid van elektronische communicatiediensten of een andere daarmee vergelijkbare reden in de plaats waar de belanghebbende zijn woonplaats heeft, verblijft of gevestigd is en dat de desbetreffende handeling is verricht zodra dat redelijkerwijs mogelijk was.

(b) Dit bewijs dient uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de in het desbetreffende geval geldende termijn te worden verzonden aan het bureau, de Instantie of het Internationaal Bureau, naargelang van het geval. Indien de omstandigheden naar tevredenheid van de geadresseerde zijn bewezen, wordt de vertraging bij het nakomen van de termijn niet aangerekend.

(c) Het feit dat een vertraging niet wordt aangerekend, behoeft niet in aanmerking te worden genomen door een aangewezen of gekozen bureau waarvoor de aanvrager op het tijdstip van de beslissing omtrent het niet-aanrekenen van de vertraging de in artikel 22 of artikel 39 bedoelde handelingen reeds heeft verricht.

d. Het bureau, de Instantie of het Internationale Bureau mogen ontheffing verlenen voor de noodzaak bewijs te overleggen onder de voorwaarden die door dat bureau of die instantie worden gesteld en gepubliceerd, naargelang van het geval. In een dergelijk geval dient de belanghebbende een verklaring in te dienen dat het niet-nakomen van de termijn te wijten is aan de reden waarom het bureau, de Instantie of het Internationale Bureau ontheffing verleende voor het vereiste inzake het overleggen van bewijs. Het bureau of de Instantie stellen het Internationale Bureau daarvan in kennis.

82quater.2

a. Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie kan bepalen dat, indien een termijn vastgelegd in het Reglement voor het verrichten van een handeling voor dat bureau of die organisatie niet in acht wordt genomen vanwege het niet beschikbaar zijn van een toegestaan elektronisch communicatiemiddel bij dat bureau of die organisatie, de vertraging bij het nakomen van de termijn niet zal worden aangerekend, op voorwaarde dat desbetreffende handeling werd uitgevoerd op de eerstvolgende werkdag waarop de desbetreffende elektronische communicatiemiddelen beschikbaar waren. Het desbetreffende bureau of de desbetreffende organisatie publiceert informatie over het niet-beschikbaar zijn, inclusief de termijn van het niet-beschikbaar zijn, en stelt het Internationale Bureau hiervan in kennis.

b. Het feit dat een vertraging bij het naleven van een termijn bedoeld in paragraaf a niet wordt aangerekend, behoeft niet in aanmerking te worden genomen door een aangewezen of gekozen bureau waarvoor de aanvrager op het tijdstip waarop de informatie bedoeld in paragraaf a is gepubliceerd de in artikel 22 of artikel 39 bedoelde handelingen reeds heeft verricht.

82quater.3 Verlenging van de termijnen als gevolg van algemene verstoring

a. Een ontvangend bureau, Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie, de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling of het Internationale Bureau kan een verlengingstermijn vaststellen opdat de in het Reglement vastgestelde termijnen waarbinnen een partij een handeling dient te verrichten voor dat bureau, die Instantie of het Internationaal Bureau kunnen worden verlengd wanneer er in de Staat waarin het bureau, de Instantie of het Internationale Bureau is gevestigd sprake is van een algemene verstoring als gevolg van een gebeurtenis zoals vermeld in Regel 82quater.1a die gevolgen heeft voor de werkzaamheden van dit bureau, deze Instantie of het Internationale Bureau waarbij dit zijn weerslag heeft op het vermogen van de partijen om een handeling te verrichten voor dat bureau, die Instantie of het Internationaal Bureau binnen de in het Reglement vastgestelde termijnen. Het bureau, de Instantie of het Internationale Bureau publiceren de begin- en einddatum van een eventuele verlengingstermijn. De verlengingstermijn duurt niet langer dan twee maanden gerekend vanaf de begindatum. Het bureau of de Instantie stellen het Internationale Bureau daarvan in kennis.

b. Na het vaststellen van de verlengingstermijn ingevolge paragraaf a, kan het desbetreffende bureau, de desbetreffende Instantie of het Internationale Bureau aanvullende verlengingstermijnen vaststellen indien dat gezien de omstandigheden nodig is. In dat geval is paragraaf a van dienovereenkomstige toepassing.

c. Met de verlenging van een termijn ingevolge paragraaf a of paragraaf b hoeft geen rekening te worden gehouden door een aangewezen of gekozen bureau indien, op het moment dat de in paragraaf a of b bedoelde informatie wordt gepubliceerd, de nationale behandeling bij dat bureau is aangevangen.

Regeling
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Afkortingen
PCT
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0004680
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl