wetzoeker

Regel 66 Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Voorschriften betreffende hoofdstuk II van het Verdrag

66.1 Grondslag van de internationale voorlopige beoordeling

a. Behoudens het in de paragrafen b tot en met d bepaalde, wordt de internationale voorlopige beoordeling gebaseerd op de internationale aanvrage zoals ingediend.

b. De aanvrager kan wijzigingen ingevolge artikel 34 indienen bij de indiening van het verzoek of, onverminderd Regel 66.4bis, totdat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling wordt opgesteld.

c. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die zijn aangebracht voordat het verzoek werd ingediend, worden in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling, tenzij deze worden vervangen, of worden geacht te zijn achterhaald, door een wijziging ingevolge artikel 34.

d. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die zijn aangebracht nadat het verzoek werd ingediend en wijzigingen ingevolge artikel 34 die zijn ingediend bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, worden, onverminderd Regel 66.4bis, in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.

d-bis. Een ingevolge Regel 91.1 toegestane verbetering van een kennelijke fout wordt ten behoeve van de internationale voorlopige beoordeling met inachtneming van Regel 66.4bis in aanmerking genomen door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

e. Conclusies met betrekking tot uitvindingen ten aanzien waarvan geen verslag van een internationaal nieuwheidsonderzoek is opgesteld, behoeven niet het voorwerp te vormen van de internationale voorlopige beoordeling.

66.1bis Schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

a. Onverminderd paragraaf b., wordt het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijke oordeel beschouwd als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a.

b. Een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan het Internationaal Bureau ervan in kennis stellen dat op de voor haar te voeren procedure paragraaf a. niet van toepassing is ter zake van schriftelijke oordelen ingevolge Regel 43bis. 1, opgesteld door de in de kennisgeving vermelde Instantie of Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, met dien verstande dat deze kennisgeving niet van toepassing is op gevallen waarin het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die is opgetreden als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Het Internationaal Bureau publiceert een dergelijke kennisgeving onverwijld in het mededelingenblad.

c. Wanneer het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijk oordeel, uit hoofde van een kennisgeving ingevolge paragraaf b., niet wordt aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a., stelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager dienovereenkomstig schriftelijk daarvan in kennis.

d. Een ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgesteld schriftelijk oordeel, dat uit hoofde van een kennisgeving ingevolge paragraaf b., niet wordt aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a., wordt desalniettemin door de Instantie voor de Internationale Voorlopige beoordeling in aanmerking genomen in de procedure ingevolge Regel 66.2 a.

66.1ter Aanvullende nieuwheidsonderzoeken

De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voert een nieuwheidsonderzoek uit („aanvullend nieuwheidsonderzoek”) om de in Regel 64 bedoelde documenten te achterhalen die, na de datum waarop het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is opgesteld, zijn gepubliceerd of voor de genoemde Instantie ten behoeve van nieuwheidsonderzoek beschikbaar zijn geworden, tenzij zij van mening is dat dit nieuwheidsonderzoek geen enkel doel zou dienen. Indien de Instantie van oordeel is dat een van de in artikel 34, derde of vierde lid, of in Regel 66.1.e) bedoelde situaties bestaat, heeft het aanvullende nieuwheidsonderzoek uitsluitend betrekking op de delen van de internationale aanvrage waarop de internationale voorlopige beoordeling van toepassing is.

66.2 Schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

a) Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

(i) van oordeel is dat er sprake is van een van de in artikel 34, vierde lid, bedoelde omstandigheden,

(ii) van oordeel is dat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling negatief dient te zijn ten aanzien van enige conclusie omdat de uitvinding waarvoor daarin bescherming wordt gevraagd niet nieuw lijkt te zijn, niet op uitvinderswerkzaamheid lijkt te berusten (niet voor de hand lijkt te liggen) of niet vatbaar lijkt voor toepassing op het gebied van de nijverheid,

(iii) opmerkt dat er een gebrek is in de vorm of de inhoud van de internationale aanvrage ingevolge het Verdrag of dit Reglement,

(iv) van oordeel is dat een wijziging verder gaat dan de openbaarmaking in de internationale aanvrage zoals ingediend,

(v) het verslag van de internationale voorlopige beoordeling vergezeld wenst te doen gaan van opmerkingen over de duidelijkheid van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen of de vraag of de conclusies ten volle door de beschrijving worden ondersteund, dient genoemde Instantie de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet toestaat dat meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een wijze die afwijkt van hetgeen is aangegeven in de tweede en derde zin van Regel 6.4 a), kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, ingeval van niet-volgen van die wijze van opstellen, artikel 34, vierde lid, onder b) toepassen. In zo'n geval stelt het de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis,

(vi) van oordeel is dat een conclusie betrekking heeft op een uitvinding ten aanzien waarvan geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is opgesteld en heeft besloten geen internationale voorlopige beoordeling te verrichten ten aanzien van die conclusie, of

(vii) van oordeel is dat er geen sequentie-opsomming van nucleotiden en/of aminozuren beschikbaar is in zodanige vorm dat er een zinvolle internationale voorlopige beoordeling kan worden verricht,

dient genoemde Instantie de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling optreedt, niet toestaat dat er meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een andere wijze dan voorgeschreven in de tweede en derde volzin van Regel 6.4 a, kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, ingeval de conclusies niet op die wijze worden ingediend, artikel 34, vierde lid, b, toepassen. In dat geval dient zij de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen.

b) De kennisgeving dient een volledige uiteenzetting te geven van de redenen voor het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

c) In de kennisgeving wordt de aanvrager uitgenodigd een schriftelijk antwoord in te dienen, waar passend vergezeld van wijzigingen.

d) In de kennisgeving wordt een termijn vastgesteld voor het antwoord. De termijn dient redelijk te zijn gegeven de omstandigheden. De termijn bedraagt gewoonlijk twee maanden vanaf de datum van de kennisgeving. In geen geval mag de termijn korter zijn dan een maand na de bedoelde datum. De termijn dient ten minste twee maanden na de bedoelde datum te zijn wanneer het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek tegelijkertijd met de kennisgeving wordt verzonden. De termijn mag, onverminderd paragraaf e. niet langer zijn dan drie maanden na de bedoelde datum.

e) De termijn voor het beantwoorden van de kennisgeving kan worden verlengd indien de aanvrager voor het verstrijken ervan daarom verzoekt.

66.3 Formeel antwoord aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

a) De aanvrager kan aan de in Regel 66.2 c) bedoelde uitnodiging van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling gehoor geven door wijzigingen aan te brengen, of - indien hij het niet eens is met het oordeel van die Instantie - door argumenten aan te voeren, al naar het geval, dan wel beide doen.

b) Een antwoord dient rechtstreeks bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te worden ingediend.

66.4 Bijkomende gelegenheid voor het indienen van wijzigingen of het aanvoeren van argumenten

a) Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een of meer bijkomende schriftelijke oordelen wenst te geven, kan zij zulks doen; in dit geval zijn de Regels 66.2 en 66.3 van toepassing.

b) Op verzoek van de aanvrager kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling hem één of meer bijkomende gelegenheden bieden om wijzigingen in te dienen of argumenten aan te voeren.

66.4bis In aanmerking nemen van wijzigingen, argumenten en verbeteringen van kennelijke fouten

De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling behoeft geen wijzigingen, argumenten en verbeteringen van kennelijke fouten in aanmerking te nemen ten behoeve van een schriftelijk oordeel of het verslag van de internationale voorlopige beoordeling indien deze worden ontvangen of toegestaan door of ter kennis gebracht van die Instantie, naargelang hetgeen van toepassing is, nadat deze begonnen is met het opstellen van dat oordeel of verslag.

66.5 Wijziging

Een verandering, niet zijnde een verbetering van een kennelijke fout, in de conclusies, de beschrijving of de tekeningen, met inbegrip van de intrekking van conclusies, het schrappen van passages in de beschrijving of het schrappen van bepaalde tekeningen wordt aangemerkt als een wijziging.

66.6 Informele contacten met de aanvrager

De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan te allen tijde informeel, telefonisch, schriftelijk of door middel van persoonlijke gesprekken contact met de aanvrager onderhouden. De genoemde Instantie beslist naar eigen goeddunken, of zij meer dan één persoonlijk onderhoud wenst toe te staan, indien de aanvrager daarom verzoekt, dan wel of zij wenst te antwoorden op een informele schriftelijke mededeling van de aanvrager.

66.7 Afschrift en vertaling van een eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen

a) Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een afschrift nodig heeft van de eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen in de internationale aanvrage, dient het Internationaal Bureau dat desgevraagd onverwijld te verstrekken. Indien dat afschrift niet wordt verstrekt aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, omdat de aanvrager verzuimd heeft te voldoen aan de vereisten van Regel 17.1 en indien de eerdere aanvrage niet was ingediend bij die Instantie in haar hoedanigheid van nationaal bureau of indien het voorrangsbewijs voor die Instantie niet beschikbaar is via een digitale bibliotheek in overeenstemming met de Administratieve Instructies, kan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling worden opgesteld als zou geen voorrang zijn ingeroepen.

b) Indien de aanvrage op grond waarvan in de internationale aanvrage een recht van voorrang is ingeroepen in een andere taal is gesteld dan de taal of een van de talen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan die Instantie, wanneer de geldigheid van het beroep op een recht van voorrang van betekenis is voor het formuleren van het in artikel 33, eerste lid, bedoelde oordeel, de aanvrager uitnodigen een vertaling in die taal of een van die talen te verstrekken binnen 2 maanden te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging. Indien de vertaling niet wordt verstrekt binnen die termijn, kan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling worden opgesteld alsof het recht van voorrang niet was ingeroepen.

66.8 Vorm van de wijzigingen

a. Onverminderd paragraaf b wordt van de aanvrager verlangd dat hij bij wijziging van de beschrijving of de tekeningen een vervangend blad indient voor elk blad van de internationale aanvrage dat wegens wijziging verschilt van het eerder ingediende blad.

Het vervangende blad of de vervangende bladen gaat of gaan vergezeld van een brief, waarin de aandacht wordt gevestigd op de verschillen tussen de vervangen en de vervangende bladen, de grond voor de wijziging van de aanvrage zoals ingediend wordt aangeduid en bij voorkeur ook de redenen voor de wijziging worden verklaard.

b. Wanneer de wijziging bestaat in het schrappen van passages of in kleine veranderingen of toevoegingen, kan het in paragraaf a genoemde vervangende blad een afschrift van het desbetreffende blad van de internationale aanvrage met de veranderingen of toevoegingen zijn, mits de duidelijkheid en de mogelijkheid tot directe verveelvoudiging van dat blad niet nadelig worden beïnvloed. Voor zover een wijziging leidt tot het vervallen van een geheel blad, wordt deze wijziging medegedeeld in een brief die bij voorkeur ook de redenen voor de wijziging verklaart.

c. Bij wijziging van de conclusies is Regel 46.5 van overeenkomstige toepassing. Het stel conclusies, ingediend ingevolge Regel 46.5 zoals van toepassing uit hoofde van deze paragraaf, vervangt alle oorspronkelijk ingediende of ingevolge de artikelen 19 of 34 eerder gewijzigde conclusies, al naar gelang van het geval.

Regeling
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Afkortingen
PCT
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0004680
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl