wetzoeker

Regel 54 Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Voorschriften betreffende hoofdstuk II van het Verdrag

54.1 Woonplaats en nationaliteit

a. Behoudens het in paragraaf b bepaalde, worden de woonplaats en de nationaliteit van de aanvrager voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, bepaald overeenkomstig Regel 18.1 a en b.

b. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling verzoekt, in de in de Administratieve Instructies genoemde omstandigheden, het ontvangende bureau of, indien de internationale aanvrage werd ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau, het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de betrokken Verdragsluitende Staat te beslissen over de vraag of de aanvrager inwoner of onderdaan is van de Verdragsluitende Staat waarvan hij beweert inwoner of onderdaan te zijn. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling stelt de aanvrager van een eventueel verzoek hiertoe in kennis. De aanvrager dient de mogelijkheid te hebben rechtstreeks aan het betrokken bureau argumenten voor te leggen. Het betrokken bureau beslist onverwijld over deze vraag.

54.2 Het recht om een verzoek te doen

Het recht om een verzoek te doen ingevolge artikel 31, tweede lid, bestaat indien de aanvrager die het verzoek doet of, indien er twee of meer aanvragers zijn, ten minste een van hen, domicilie heeft of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat die is gebonden door Hoofdstuk II, en de internationale aanvrage is ingediend bij een ontvangend bureau van, of bij een bureau dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat die is gebonden door Hoofdstuk II.

54.3 Internationale aanvragen ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau

Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, wordt voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, a, het Internationale Bureau geacht op te treden voor de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner of onderdaan is.

54.4 De aanvrager die niet bevoegd is een verzoek te doen

Indien de aanvrager niet gerechtigd een verzoek te doen of, in het geval van meer dan één aanvrager, indien geen van hen gerechtigd is een verzoek te doen ingevolge Regel 54.2, wordt het verzoek als niet ingediend beschouwd.

Regeling
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Afkortingen
PCT
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0004680
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl