Regel 51bis Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Regels betreffende hoofdstuk I van het Verdrag
51bis.1 Bepaalde toegestane nationale vereisten
a) Onverminderd Regel 51 bis 2 kan het door het aangewezen bureau toe te passen nationale recht, in overeenstemming met artikel 27, vereisen dat de aanvrager in het bijzonder verstrekt:
i. een document inzake de identiteit van de uitvinder,
ii. een document inzake het recht van de aanvrager een octrooi aan te vragen of verleend te krijgen ,
iii. een document met een bewijs van het recht van de aanvrager om een beroep te doen op een recht van voorrang op grond van een eerdere aanvrage wanneer de aanvrager niet de aanvrager is die de eerdere aanvrage heeft ingediend of wanneer de naam van de aanvrager gewijzigd is sinds de datum waarop de eerdere aanvrage werd ingediend,
iv. wanneer de internationale aanvrage een Staat aanwijst waarvan de nationale wetgeving op 9 oktober 2012 de eis stelt dat een eed of verklaring van uitvinderschap wordt ingediend, een document met een eed of verklaring van uitvinderschap,
v. een bewijs betreffende onschadelijke openbaarmaking of een op gebrek aan nieuwheid te maken uitzondering, zoals openbaarmaking als gevolg van misbruik, openbaarmaking bij bepaalde tentoonstellingen en openbaarmaking door de aanvrager gedurende een bepaald tijdvak;
vi. bevestiging van de internationale aanvrage door ondertekening door een aanvrager voor de aangewezen Staat die het verzoekschrift niet ondertekend heeft;
vii. ontbrekende vermeldingen die vereist zijn ingevolge Regel 4.5 a ii. en iii. ten aanzien van een aanvrager voor de aangewezen Staat;
viii. in de gevallen bedoeld in Regel 82ter.1, een vertaling van elk abusievelijk ingediend element of onderdeel verwijderd uit de internationale aanvrage in overeenstemming met Regel 20.5bis b of c.
b) De nationale wetgeving toe te passen door het aangewezen bureau kan, in overeenstemming met artikel 27, zevende lid, verplicht stellen:
(i) dat de aanvrager wordt vertegenwoordigd door een gemachtigde die gerechtigd is aanvragers voor dat bureau te vertegenwoordigen en/of dat hij een adres in de aangewezen Staat heeft voor het ontvangen van kennisgevingen,
(ii) dat de gemachtigde, voorzover die er is, die de aanvrager vertegenwoordigt, naar behoren door de aanvrager is benoemd.
c) De nationale wetgeving toe te passen door het aangewezen bureau kan, in overeenstemming met artikel 27, eerste lid, de eis stellen dat de internationale aanvrage, de vertaling daarvan of enig ander document daarop betrekking hebbend, in meer dan één afschrift wordt verstrekt.
d) De nationale wetgeving toe te passen door het aangewezen bureau kan, in overeenstemming met artikel 27, tweede lid, onder ii, de eis stellen dat de vertaling van de internationale aanvrage zoals door de aanvrager verstrekt ingevolge artikel 22:
i. door de aanvrager of de persoon die de internationale aanvrage heeft vertaald wordt bevestigd in een verklaring dat de vertaling, naar zijn beste weten, volledig en waarheidsgetrouw is;
ii. door een openbare autoriteit of beëdigd vertaler wordt gelegaliseerd, maar slechts wanneer het aangewezen bureau redelijkerwijs de nauwkeurigheid van de vertaling kan betwijfelen.
e) De door het aangewezen bureau toe te passen nationale wetgeving kan in overeenstemming met artikel 27 de eis stellen dat de aanvrager een vertaling van het voorrangsbewijs verstrekt, met dien verstande dat een dergelijke vertaling alleen kan worden vereist:
i. indien de geldigheid van het beroep op een recht van voorrang van betekenis is om te bepalen of de desbetreffende uitvinding octrooieerbaar is; of
ii. indien de datum van internationale indiening is toegekend door het ontvangende bureau ingevolge Regel 20.3 b ii, 20.5 d of 20.5bis d op grond van opneming door middel van verwijzing ingevolge de Regels 4.18 en 20.6 van een element of onderdeel teneinde ingevolge Regel 82ter 1 b te bepalen of dat element of onderdeel volledig vervat is in het desbetreffende voorrangsbewijs, in welk geval het door het aangewezen bureau toe te passen nationale recht van de aanvrager tevens kan verlangen dat hij in het geval van een deel van de beschrijving, conclusies of tekeningen vermeldt waar dat onderdeel vervat is in de vertaling van het voorrangsbewijs.
51bis.2 Bepaalde omstandigheden waarin documenten of bewijs niet vereist mogen worden
Het aangewezen bureau vereist, tenzij het redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van de desbetreffende gegevens of verklaring, geen document of bewijs:
(i) inzake de identiteit van de uitvinder (Regel 51bis.1(a)(i)) (niet zijnde een document met een eed of verklaring van uitvinderschap (Regel 51bis.1(a)(iv)), indien vermeldingen betreffende de uitvinder, in overeenstemming met Regel 4.6, zijn opgenomen in het verzoekschrift of indien een verklaring inzake de identiteit van de uitvinder, in overeenstemming met Regel 4.17(i), is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau;
ii. inzake het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een octrooi aan te vragen en verleend te krijgen (Regel 51bis.1 a ii), indien een verklaring inzake die aangelegenheid in overeenstemming met Regel 4.17 ii is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau;
(iii) inzake het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een beroep te doen op het recht van voorrang op grond van een eerdere aanvrage (Regel 51bis.1(a)(iii)), indien een verklaring inzake die aangelegenheid, in overeenstemming met Regel 4.17(iii), is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau;
(iv) met een eed of verklaring van uitvinderschap (Regel 51bis.1(a)(iv)), indien een verklaring van uitvinderschap, in overeenstemming met Regel 4.17(iv), is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau.
51bis.3 Mogelijkheid om te voldoen aan nationale vereisten
a. Wanneer aan een van de vereisten bedoeld in Regel 51bis.1 a i tot en met iv en c tot en met e, of aan een ander vereiste van de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving dat dat bureau kan toepassen in overeenstemming met artikel 27, eerste of tweede lid, niet reeds is voldaan gedurende hetzelfde tijdvak waarbinnen moet worden voldaan aan de vereisten ingevolge artikel 22, nodigt het aangewezen bureau de aanvrager uit aan het vereiste te voldoen binnen een termijn die niet korter is dan twee maanden gerekend vanaf de datum van de uitnodiging. Ieder aangewezen bureau mag verlangen dat de aanvrager een taks betaalt voor het voldoen aan nationale vereisten in antwoord op de uitnodiging.
b. Wanneer aan een vereiste van de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving dat dat bureau kan toepassen in overeenstemming met artikel 27, zesde of zevende lid, niet reeds is voldaan gedurende hetzelfde tijdvak waarbinnen moet worden voldaan aan de vereisten ingevolge artikel 22, heeft de aanvrager de mogelijkheid om aan het vereiste te voldoen na het verstrijken van dat tijdvak.
c. Indien op 17 maart 2000 paragraaf a onverenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving met betrekking tot de in die paragraaf bedoelde termijn, is genoemde paragraaf niet van toepassing ten aanzien van dat bureau met betrekking tot die termijn zolang de bedoelde paragraaf onverenigbaar blijft met die wetgeving, mits het genoemde bureau het Internationale Bureau vóór 30 november 2000 daarover inlicht. De ontvangen inlichtingen worden door het Internationale Bureau terstond gepubliceerd in het mededelingenblad.
- Regeling
- Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
- Afkortingen
- PCT
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0004680
- Versie
- 2026-01-01_0