Regel 26bis Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Regels betreffende hoofdstuk I van het Verdrag
26bis 1 Verbetering of aanvulling van een beroep op een recht van voorrang
a. De aanvrager kan een beroep op een recht van voorrang verbeteren of een beroep op een recht van voorgang aan het verzoekschrift toevoegen door middel van een kennisgeving aan het ontvangende bureau of het Internationale Bureau binnen een termijn van 16 maanden na de datum van voorrang of, wanneer de verbetering of toevoeging een wijziging van de datum van voorrang tot gevolg zou hebben, een tijdvak van 16 maanden vanaf de gewijzigde datum van voorrang, naargelang welk tijdvak van 16 maanden het eerst verstreken is, met dien verstande dat die kennisgeving kan worden gedaan tot het verstrijken van een tijdvak van vier maanden na de internationale datum van indiening. De verbetering van een beroep op een recht van voorrang kan het toevoegen van een in Regel 4.10 genoemde vermelding inhouden.
b. Een in paragraaf a bedoelde kennisgeving die het ontvangende Bureau of het Internationaal Bureau ontvangt nadat de aanvrager een verzoek om vroegtijdige publicatie ingevolge artikel 21, tweede lid, onder b, heeft ingediend, wordt geacht niet te zijn overgelegd, tenzij dat verzoek wordt ingetrokken voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond.
c. Wanneer de verbetering of aanvulling van een beroep op een recht van voorrang een wijziging in de datum van voorrang met zich meebrengt, wordt een termijn die wordt berekend vanaf de eerder geldende datum van voorrang en die nog niet is verstreken, berekend vanaf de gewijzigde datum van voorrang.
26bis 2 Gebreken in beroepen op een recht van voorrang
a. Indien het ontvangende bureau, of het Internationale Bureau indien het ontvangende bureau dit nalaat, met betrekking tot een beroep op een recht van voorrang vaststelt dat:
i. de internationale aanvrage een datum van internationale indiening heeft die na de datum valt waarop de termijn van voorrang verstreken is en dat geen verzoek om herstel van een recht van voorrang ingevolge Regel 26bis 3 is ingediend;
ii. het beroep op een recht van voorrang niet voldoet aan de vereisten van Regel 4.10; of
iii. een vermelding in het beroep op een recht van voorrang onverenigbaar is met de overeenkomstige vermelding in het voorrangsbewijs;
nodigt het ontvangende bureau of het Internationale Bureau, naargelang van het geval, de aanvrager uit het beroep op een recht van voorrang te verbeteren. In het geval bedoeld in i, indien de datum van internationale indiening valt binnen twee maanden na de datum waarop de termijn van voorrang verstreken is, stelt het ontvangende bureau of het Internationale Bureau, naargelang van het geval, de aanvrager in kennis van de mogelijkheid een verzoek om herstel van het recht van voorrang in overeenstemming met Regel 26bis 3 in te dienen, tenzij het ontvangende bureau het Internationale Bureau ingevolge Regel 26bis 3 j in kennis heeft gesteld van de onverenigbaarheid van Regel 26bis 3 a tot en met i met de door dat bureau toegepaste nationale wetgeving.
b. Indien de aanvrager voor het verstrijken van de termijn ingevolge Regel 26bis 1 a geen kennisgeving doet ter verbetering van het beroep op een recht van voorrang, wordt dat beroep op een recht van voorrang, met inachtneming van paragraaf c, ten behoeve van de procedure uit hoofde van het Verdrag aangemerkt als zijnde niet gedaan („aangemerkt als nietig”) en het ontvangende bureau of het Internationale Bureau, naargelang van het geval, verklaart aldus en stelt de aanvrager daarvan in kennis. Kennisgevingen ter verbetering van het beroep op een recht van voorrang die worden ontvangen voordat het ontvangende bureau of het Internationale Bureau, naargelang van het geval, zulks verklaart en uiterlijk een maand na het verstrijken van die termijn worden aangemerkt als zijnde ontvangen voor het verstrijken van die termijn.
c. Een beroep op een recht van voorrang wordt niet aangemerkt als nietig uitsluitend omdat:
i. een vermelding van het nummer van de eerdere aanvrage bedoeld in Regel 4.10 a ii ontbreekt;
ii. een vermelding in het beroep op een recht van voorrang onverenigbaar is met de overeenkomstige vermelding in het voorrangsbewijs; of
iii. de internationale aanvrage een datum van internationale indiening heeft die later valt dan de datum waarop de termijn van voorrang is verstreken, mits de datum van internationale indiening binnen de termijn van twee maanden na die datum valt.
d. Indien het ontvangende bureau of het Internationale Bureau een verklaring heeft afgelegd ingevolge paragraaf b of indien het beroep op een recht van voorrang niet als nietig is aangemerkt uitsluitend omdat paragraaf c van toepassing is, publiceert het Internationale Bureau, tezamen met de internationale aanvrage, de informatie betreffende het beroep op een recht van voorrang als voorgeschreven door de Administratieve Instructies, alsmede informatie die de aanvrager heeft overgelegd met betrekking tot een dergelijk beroep op een recht van voorrang die het Internationale Bureau voorafgaand aan de voltooiing van de technische voorbereiding voor internationale publicatie heeft ontvangen. Deze informatie wordt overeenkomstig artikel 20 meegezonden wanneer de internationale aanvrage ingevolge artikel 64, derde lid, niet gepubliceerd wordt.
e. Indien de aanvrager een beroep op een recht van voorrang wenst te verbeteren of toe te voegen, maar de termijn ingevolge Regel 26bis 1 verstreken is, kan de aanvrager voor het verstrijken van 30 maanden na de datum van voorrang en op voorwaarde van de betaling van een bijzondere taks waarvan het bedrag is vastgesteld in de Administratieve Instructies, het Internationale Bureau verzoeken informatie over de aangelegenheid te publiceren en het Internationale Bureau publiceert deze informatie onverwijld.
26bis 3 Herstel van een recht van voorrang door het ontvangende bureau
a. Indien de internationale aanvrage een datum van internationale indiening heeft die later valt dan de datum waarop de termijn van voorrang is verstreken, maar binnen een tijdvak van twee maanden na die datum, herstelt het ontvangende bureau op verzoek van de aanvrager en met inachtneming van de paragrafen b tot en met g van deze Regel, het recht van voorrang indien het bureau vaststelt dat aan een door hem gehanteerd criterium voor herstel is voldaan, namelijk dat het verzuim de internationale aanvrage binnen de termijn van voorrang in te dienen:
i. was ontstaan ondanks het feit dat de in de gegeven omstandigheden nodige zorg was betracht; of
ii. onopzettelijk was ontstaan.
Elk ontvangend bureau hanteert ten minste een van die criteria en kan ook beide hanteren.
b. Een verzoekschrift op grond van paragraaf a:
i. wordt binnen de ingevolge paragraaf e van toepassing zijnde termijn ingediend bij het ontvangende bureau;
ii. bevat de redenen voor het verzuim de internationale aanvrage binnen de termijn van voorrang in te dienen; en
iii. gaat bij voorkeur vergezeld van een verklaring of andere bewijzen die uit hoofde van paragraaf f vereist zijn.
c. Indien een beroep op een recht van voorrang ter zake van de eerdere aanvrage niet in de internationale aanvrage opgenomen is, dient de aanvrager binnen de ingevolge paragraaf e van toepassing zijnde termijn een kennisgeving overeenkomstig Regel 26bis 1 a in te dienen waarbij het beroep op een recht van voorrang wordt toegevoegd.
d. Het ontvangende bureau kan voor de indiening van een verzoek om herstel uit hoofde van paragraaf a als voorwaarde stellen dat ten gunste van hem binnen de uit hoofde van paragraaf e van toepassing zijnde termijn een taks wordt betaald. Het bedrag van deze eventuele taks wordt vastgesteld door het ontvangende bureau. De termijn voor de betaling van de taks kan naar keuze van het ontvangende bureau worden verlengd tot een termijn van ten hoogste twee maanden na het verstrijken van de termijn die ingevolge paragraaf e van toepassing is.
e. De in de paragrafen b onder i, c en d bedoelde termijn is twee maanden vanaf de datum waarop de termijn van voorrang is verstreken, met dien verstande dat, indien de aanvrager verzoekt om vroegtijdige publicatie ingevolge artikel 21, tweede lid, onder b, een verzoekschrift ingevolge paragraaf a, een kennisgeving zoals bedoeld in paragraaf c of een taks bedoeld in paragraaf d, ingediend of betaald nadat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn voltooid, niet geacht wordt tijdig te zijn ingediend of betaald.
f. Het ontvangende bureau kan vereisen dat een verklaring of ander bewijs ter staving van de redenen bedoeld in paragraaf b ii bij hem worden ingediend binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn.
g. Het ontvangende bureau wijst geen verzoek ingevolge paragraaf a geheel of gedeeltelijk af zonder de aanvrager in de gelegenheid te stellen binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn bezwaar te maken tegen de beoogde afwijzing. Het ontvangende bureau kan de aanvrager een dergelijke kennisgeving inzake de beoogde afwijzing toezenden tezamen met een uitnodiging om een verklaring of andere bewijzen ingevolge paragraaf f in te dienen.
h. Onverwijld zal het ontvangende bureau:
i. het Internationale Bureau in kennis stellen van de ontvangst van een verzoek ingevolge paragraaf a;
ii. beslissen over het verzoek;
iii. de aanvrager en het Internationaal Bureau in kennis stellen van zijn beslissing en het criterium voor herstel waarop de beslissing gebaseerd was;
iv. onverminderd het bepaalde onder paragraaf h-bis alle documenten die van de aanvrager zijn ontvangen en betrekking hebben op het verzoek op grond van paragraaf a (met inbegrip van een afschrift van het verzoek zelf, de redenen zoals bedoeld in paragraaf b.ii en een verklaring of ander bewijs zoals bedoeld in paragraaf f naar het Internationaal Bureau toezenden.
h-bis Het ontvangende bureau zendt, na een met redenen omkleed verzoek door de aanvrager of na een eigen besluit daartoe, geen documenten of delen daarvan die het heeft ontvangen met betrekking tot het verzoek uit hoofde van paragraaf a, indien het van mening is dat:
i. dit document of deel daarvan er duidelijk niet toe dient het publiek te informeren over de internationale aanvrage;
ii. publicatie of publieke toegankelijkheid van een dergelijk document of deel daarvan de persoonlijke of economische belangen van een persoon duidelijk zou schaden; en
iii. toegang tot dat document of deel daarvan geen zwaarwegend publiek belang dient.
Wanneer het ontvangende bureau besluit documenten of delen daarvan niet naar het Internationaal Bureau te zenden, stelt het het Internationaal Bureau hiervan in kennis.
i. Elk ontvangend bureau stelt het Internationale Bureau in kennis van welk van de criteria voor herstel het hanteert en van eventuele latere wijzigingen in dat opzicht. Het Internationale Bureau publiceert dergelijke informatie onverwijld in het mededelingenblad.
j. Indien de paragrafen a tot en met i op 5 oktober 2005 niet verenigbaar zijn met de door het ontvangende bureau toegepaste nationale wetgeving, zijn die paragrafen niet van toepassing op dat bureau zolang zij niet verenigbaar zijn met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 5 april 2006. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
- Regeling
- Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
- Afkortingen
- PCT
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0004680
- Versie
- 2026-01-01_0