wetzoeker

Regel 19 Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Regels betreffende hoofdstuk I van het Verdrag

19.1 Waar in te dienen

a) Behoudens het in paragraaf b bepaalde, wordt de internationale aanvrage, naar keuze van de aanvrager, ingediend,

i. bij het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner is,

ii. bij het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager onderdaan is, of

iii. ongeacht de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner of onderdaan is, bij het Internationale Bureau.

b) Een Verdragsluitende Staat kan met een andere Verdragsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie overeenkomen, dat het nationale bureau van laatstgenoemde Staat of de intergouvernementele organisatie voor alle of enkele aangelegenheden in plaats van het nationale bureau van de eerstgenoemde Staat optreedt als ontvangend bureau voor aanvragers die inwoner of onderdaan van die eerstgenoemde Staat zijn. Niettegenstaande een zodanige overeenkomst wordt het nationale bureau van de eerstgenoemde Staat beschouwd als het bevoegde ontvangende bureau voor de toepassing van artikel 15, vijfde lid.

c) In verband met besluiten genomen ingevolge artikel 9, tweede lid, wijst de Algemene Vergadering aan het nationale bureau dat, of de intergouvernementele organisatie die zal optreden als ontvangend bureau voor aanvragen van inwoners of onderdanen van door de Algemene Vergadering aangegeven Staten. Voor een zodanige aanwijzing is de voorafgaande toestemming van het genoemde nationaal bureau of de genoemde intergouvernementele organisatie vereist.

19.2 Meer dan één aanvrager

Indien er meer dan één aanvrager is:

i. wordt aan de vereisten van Regel 19.1 geacht te zijn voldaan indien het nationale bureau waarbij de internationale aanvrage is ingediend, het nationale bureau is van, of dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat waarvan ten minste één van de aanvragers inwoner of onderdaan is;

ii. kan de internationale aanvrage worden ingediend bij het Internationale Bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, indien ten minste één van de aanvragers inwoner of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat.

19.3 Bekendmaking van delegatie van de taken van het ontvangende bureau

a) Van een overeenkomst zoals bedoeld in Regel 19.1b) wordt door de Verdragsluitende Staat die de taken van het ontvangende bureau delegeert aan het nationale bureau van of optredend voor een andere Verdragsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie, onverwijld kennis gegeven aan het Internationale Bureau.

b) Het Internationale Bureau maakt de kennisgeving onverwijld na ontvangst bekend in het mededelingenblad.

19.4 Toezending aan het Internationale Bureau als ontvangend bureau

a. Wanneer een internationale aanvrage wordt ingediend bij een nationaal bureau dat ingevolge het Verdrag optreedt als ontvangend bureau, maar

i. dat nationale bureau ingevolge Regel 19.1 of 19.2 niet bevoegd is om die internationale aanvrage te ontvangen, of

ii. die internationale aanvrage niet in een taal is gesteld die wordt geaccepteerd ingevolge Regel 12.1 a of de taalafhankelijke vrije tekst in het sequentie-opsommingsdeel van de beschrijving niet in een taal is gesteld die wordt geaccepteerd ingevolge Regel 12.1 d door dat nationaal bureau, maar in een taal die ingevolge die Regel door het Internationale Bureau als ontvangend bureau wordt geaccepteerd, of

ii-bis de gehele of een deel van de internationale aanvrage wordt ingediend in elektronische vorm in een formaat dat niet door dat nationale bureau wordt geaccepteerd, of

iii. dat nationale bureau en het Internationale Bureau, om redenen anders dan die welke in i, ii en ii-bis zijn genoemd en met toestemming van de aanvrager, overeenkomen dat de procedure ingevolge deze Regel van toepassing is, dan wordt die internationale aanvrage, met inachtneming van paragraaf b, geacht te zijn ontvangen door dat bureau namens het Internationaal Bureau als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.

b. Wanneer ingevolge paragraaf a een internationale aanvrage door een nationaal bureau wordt ontvangen namens het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, zendt dat nationale bureau de internationale aanvrage onverwijld toe aan het Internationale Bureau, tenzij voorschriften inzake de nationale veiligheid zulks beletten. Deze toezending kan door het nationale bureau afhankelijk worden gesteld van de betaling van een taks, ten gunste van dat bureau, die gelijk is aan de toezendingstaks die dat bureau int ingevolge Regel 14. De aldus toegezonden internationale aanvrage wordt geacht te zijn ontvangen door het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, op de datum van ontvangst van de internationale aanvrage door dat nationale bureau.

c. Voor de toepassing van de Regels 14.1 c, 15.3 en 16.1 f wordt, wanneer de internationale aanvrage ingevolge paragraaf b is verzonden aan het Internationale Bureau, de datum waarop de internationale aanvrage daadwerkelijk door het Internationale Bureau werd ontvangen beschouwd als de datum van ontvangst van de internationale aanvrage. Voor de toepassing van deze paragraaf is de laatste zin van paragraaf b niet van toepassing.

Regeling
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Afkortingen
PCT
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0004680
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl