wetzoeker

Regel 13bis Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Regels betreffende hoofdstuk I van het Verdrag

13bis.1 Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze regel wordt onder „verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal” verstaan de gegevens die in een internationale aanvrage worden verstrekt met betrekking tot het depot van biologisch materiaal bij een instituut voor bewaarneming of met betrekking tot het aldus gedeponeerde biologisch materiaal.

13bis.2 Verwijzingen (algemeen)

Elke verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal geschiedt overeenkomstig deze regel en indien aldus geschied, wordt zij beschouwd te voldoen aan de vereisten van de nationale wetgeving van elke aangewezen Staat.

13bis.3 Verwijzingen: inhoud; nalaten een verwijzing of vermelding op te nemen

a) Een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal dient te vermelden:

(i) de naam en het adres van het instituut voor bewaarneming waarbij het depot heeft plaatsgevonden;

(ii) de datum van het depot van het biologisch materiaal bij dat instituut;

(iii) het inschrijvingsnummer dat door dat instituut aan het depot is toegekend; en

(iv) eventuele bijkomende gegevens die het Internationale Bureau ter kennis zijn gebracht ingevolge Regel 13bis.7 a)(i), mits het vereiste deze gegevens te vermelden ten minste twee maanden voor de indiening van de internationale aanvrage in het mededelingenblad is bekendgemaakt overeenkomstig Regel 13bis.7 c).

b) Het nalaten een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal op te nemen of het nalaten in een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal een vermelding overeenkomstig paragraaf a op te nemen, heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat waarvan de nationale wetgeving een zodanige verwijzing of vermelding in een nationale aanvrage niet vereist.

13bis.4 Verwijzingen: Tijdslimiet voor de verstrekking van vermeldingen

a. Met inachtneming van paragraaf b en c, indien een of meer van de in Regel 13bis 3 a genoemde vermeldingen niet zijn opgenomen in een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal in de internationale aanvrage zoals ingediend, maar zijn verstrekt aan het Internationaal Bureau:

i. binnen 16 maanden na de datum van voorrang wordt deze vermelding door een aangewezen bureau beschouwd als op tijd verstrekt;

ii. na het verstrijken van 16 maanden na de datum van voorrang wordt deze vermelding door een aangewezen bureau beschouwd als verstrekt op de laatste dag van die termijn indien het Internationaal Bureau deze vermelding ontvangt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond.

b. Indien de nationale wetgeving die van toepassing is op een aangewezen bureau dat voor nationale aanvragen vereist, kan dat bureau eisen dat de in Regel 13bis 3 a genoemde vermeldingen eerder worden verstrekt dan binnen 16 maanden na de datum van voorrang, onder de voorwaarde dat het Internationaal Bureau van dat vereiste in kennis is gesteld ingevolge Regel 13bis 7 a ii en dat vereiste tenminste twee maanden voor de indiening van de internationale aanvrage in overeenstemming met Regel 13bis 7 c heeft gepubliceerd in het mededelingenblad.

c. Wanneer de aanvrager ingevolge artikel 21, tweede lid, onder b verzoekt om eerdere publicatie, kan een aangewezen bureau een vermelding die niet is verstrekt voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond beschouwen als niet op tijd verstrekt.

d. Het Internationale Bureau stelt de aanvrager in kennis van de datum waarop het een krachtens paragraaf a verstrekte vermelding heeft ontvangen, en zal

i. indien de vermelding voordat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond is ontvangen, de krachtens paragraaf a ontvangen vermelding publiceren alsmede de datum van ontvangst tezamen met de internationale aanvrage;

ii. indien de vermelding werd ontvangen nadat de technische voorbereidingen voor internationale publicatie zijn afgerond, de aangewezen bureaus in kennis stellen van die datum en de relevante gegevens uit de vermelding.

13bis.5 Verwijzingen en vermeldingen met het oog op een of meer aangewezen Staten; verschillende depots voor verschillende aangewezen Staten; depots bij andere instituten voor bewaarneming dan ter kennis zijn gebracht

a. Een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal wordt geacht te zijn gedaan met het oog op alle aangewezen Staten, tenzij zij uitdrukkelijk wordt gedaan met het oog op slechts bepaalde aangewezen Staten; hetzelfde geldt voor de in de verwijzing opgenomen vermeldingen.

b. Voor verschillende aangewezen Staten kunnen verwijzingen naar verschillende depots van het biologisch materiaal worden gedaan.

c. Een aangewezen bureau kan een depot verricht bij een ander instituut voor bewaarneming dan een dat ingevolge Regel 13bis 7 b ter kennis van het bureau is gebracht buiten beschouwing laten.

13bis.6 Verstrekking van monsters

a) Vervallen.

b) Ingevolge de artikelen 23 en 40 vindt, behalve met machtiging van de aanvrager, geen verstrekking plaats van monsters van het gedeponeerde biologisch materiaal waarnaar in een internationale aanvrage wordt verwezen, vóór het verstrijken van de toepasselijke termijnen na welke ingevolge bedoelde artikelen een nationale behandeling kan aanvangen. Wanneer de aanvrager evenwel de handelingen verricht, bedoeld in de artikelen 22 of 39 na de internationale publicatie doch vóór het verstrijken van bedoelde termijnen, kan het verstrekken van monsters van het gedeponeerde biologisch materiaal plaatsvinden, zodra genoemde handelingen zijn verricht. Niettegenstaande de voorgaande bepaling kan het verstrekken van monsters van het gedeponeerde biologisch materiaal plaatsvinden ingevolge de door een aangewezen bureau toe te passen nationale wetgeving zodra ingevolge die wetgeving de internationale publicatie de werking heeft van de verplichte nationale publicatie van een niet-beoordeelde nationale aanvrage.

13bis.7 Nationale vereisten: Kennisgeving en publicatie

a) Een nationaal bureau kan het Internationaal Bureau in kennis stellen van een vereiste in de nationale wetgeving:

i. dat in de kennisgeving genoemde gegevens, naast die bedoeld in Regel 13bis 3 a i, ii en iii, dienen te worden opgenomen in een verwijzing naar gedeponeerd biologisch materiaal in een nationale aanvrage;

ii. dat een of meer van de vermeldingen, bedoeld in Regel 13bis 3 a dienen te worden opgenomen in een nationale aanvrage zoals ingediend of dienen te worden verstrekt op een in de kennisgeving genoemd tijdstip dat eerder valt dan 16 maanden na de datum van voorrang.

b) Elk nationaal bureau stelt het Internationaal Bureau in kennis van de instituten voor bewaarneming bij wie de nationale wetgeving het verrichten van depots van biologisch materiaal ten behoeve van de octrooiprocedure voor dat bureau toestaat, of, indien de nationale wetgeving niet in zodanige depots voorziet of deze niet toestaat, van dat feit.

c) Het Internationale Bureau maakt onverwijld in het mededelingenblad bekend de vereisten waarvan het in kennis is gesteld ingevolge paragraaf a) en informatie waarvan het in kennis is gesteld ingevolge paragraaf b).

Regeling
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Afkortingen
PCT
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0004680
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl