wetzoeker

Artikel 53 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen

Slotbepalingen

1 Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt:

a. de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van dit Verdrag medebrengen, niettegenstaande het bepaalde in artikel 49, zodra het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;

b. met ingang van de datum waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, dit Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.

2 Dit Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.

Regeling
Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-10-1970
BWB-id
BWBV0004670
Versie
1970-10-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl