wetzoeker

Artikel 15 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen

Ouderdomsuitkeringen

1 De verzekerde eventualiteit bestaat in het bereikt hebben van een voorgeschreven leeftijd.

2 De voorgeschreven leeftijd mag niet hoger worden gesteld dan vijfenzestig jaar. Nochtans mag een hogere leeftijd worden voorgeschreven door de bevoegde autoriteiten, rekening houdende met de daarvoor in aanmerking komende demografische, economische en sociale omstandigheden, welke door statistieken worden gerechtvaardigd.

3 Indien de voorgeschreven leeftijd gelijk is aan of hoger dan 65 jaar, moet deze onder voorgeschreven voorwaarden worden verlaagd voor personen die werkzaamheden hebben verricht welke door de nationale wetgeving met het oog op de ouderdomsuitkeringen als zwaar of ongezond worden aangemerkt.

Regeling
Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-10-1970
BWB-id
BWBV0004670
Versie
1970-10-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl