wetzoeker

Artikel 13 Verdrag betreffende de accommodatie aan boord van vissersschepen

Eisen te stellen aan de bemanningsverblijven

1 Indien mogelijk, dient er een afzonderlijke, uit de buurt van de andere, gelegen hut beschikbaar te zijn voor een bemanningslid dat ziek of gewond is. Op schepen van 500 ton of meer dient er een ziekenboeg te zijn. Ingeval de bevoegde autoriteit, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, vierde lid, van dit Verdrag, beslist dat de lengte het criterium is voor de toepassing van dit Verdrag, dient er een ziekenboeg te zijn op schepen met een lengte van 150 voet (45,7 m) of meer.

2 Op elk schip dat geen arts aan boord heeft dient een goedgekeurde medicijnkist met gemakkelijk te begrijpen instructies aanwezig te zijn. In dit verband laat de bevoegde autoriteit zich leiden door de „Aanbeveling betreffende de inhoud van de scheepsapotheek”, 1958 en de „Aanbeveling betreffende medisch advies per radio aan schepen op zee” 1958.

Regeling
Verdrag betreffende de accommodatie aan boord van vissersschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
12-05-1977
BWB-id
BWBV0004669
Versie
1977-05-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl