wetzoeker

Artikel 20 Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

Toetsing van de bevoegdheid en de ontvankelijkheid

1 Wanneer de verweerder met woonplaats op het grondgebied van een verdragsluitende Staat voor een gerecht van een andere verdragsluitende Staat wordt opgeroepen en niet verschijnt, verklaart de rechter zich ambtshalve onbevoegd indien zijn bevoegdheid niet berust op de bepalingen van dit verdrag.

2 De rechter is verplicht zijn uitspraak aan te houden zolang niet vaststaat dat de verweerder in de gelegenheid is gesteld het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk, zo tijdig als met het oog op zijn verdediging nodig was, te ontvangen, of dat daartoe al het nodige is gedaan.

3 Het bepaalde in het voorgaande lid wordt vervangen door de bepalingen van artikel 15 van het verdrag van 's-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of handelszaken, indien de toezending van het stuk dat het geding inleidt, overeenkomstig het bepaalde in dat Verdrag moest geschieden.

Regeling
Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
Afkortingen
EEX, Verdrag van Brussel
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-1998
BWB-id
BWBV0004663
Versie
1998-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl