wetzoeker

Artikel 4 Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen

Rechtsmacht

Een Verdragsluitende Staat die niet de staat van inschrijving is, mag een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig niets in de weg leggen teneinde zijn rechtsmacht in strafzaken uit te oefenen ten aanzien van een aan boord begaan strafbaar feit, behalve in de volgende gevallen:

a) wanneer het strafbare feit uitwerking heeft op het grondgebied van de betrokken staat;

b) wanneer het strafbare feit is begaan door of tegen een onderdaan of ingezetene van de betrokken staat;

c) wanneer het strafbare feit is gericht tegen de veiligheid van de betrokken staat;

d) wanneer het strafbare feit bestaat uit een inbreuk op in de betrokken staat van kracht zijnde wettelijke voorschriften inzake het vliegen of manoeuvreren van luchtvaartuigen;

e) wanner de uitoefening van rechtsmacht nodig is om het nan van verplichtingen van de betrokken staat krachtens en multilaterale internationale overeenkomst te verzekeren.

Regeling
Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen
Afkortingen
Verdrag van Tokio
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-2021
BWB-id
BWBV0004659
Versie
2021-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl