wetzoeker

Nr. I Briefwisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay inzake de uitbreiding tot de Nederlandse Antillen en Aruba van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op de douanewetgeving

AMBASSADE VAN

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

Montevideo, 25 mei 2010

Excellentie,

Ik heb de eer te verwijzen naar het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op de douanewetgeving, ondertekend te Montevideo op 22 februari 2007 (hierna te noemen „het Verdrag”).

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt voor, in overeenstemming met artikel 19, tweede en derde lid, van het Verdrag, de toepassing van het Verdrag uit te breiden tot de Nederlandse Antillen en Aruba, met inachtneming van het volgende.

1. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, wordt, voor wat betreft de Nederlandse Antillen en Aruba, onder „douaneadministratie” verstaan: de centrale administraties die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de douanewetgeving.

2. De tweede zin van artikel 2, vijfde lid, van het Verdrag is uitsluitend van toepassing op de Nederlandse Antillen en Aruba, naar gelang het geval, voor zover de aldaar genoemde bilaterale en multilaterale verdragen respectievelijk van toepassing zijn op deze delen van het Koninkrijk der Nederlanden.

3. Wat de Nederlandse Antillen en Aruba betreft, omvatten de eisen van de nationale wetgeving in de zin van artikel 15 van het Verdrag, hoofdstuk 3 van de Rijkswet administratieve bijstand douane, tot het tijdstip waarop wettelijke en administratieve bepalingen die door de Nederlandse Antillen, respectievelijk Aruba worden aangenomen, in werking treden.

Indien het bovenstaande voorstel aanvaardbaar is voor de Regering van de Republiek ten Oosten van de Uruguay, heb ik de eer voor te stellen dat deze brief en het antwoord van uw Ministerie een verdrag vormen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay, dat voorlopig zal worden toegepast vanaf de datum van het antwoord van uw Ministerie en in werking zal treden op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving waarin één van de Partijen mededeelt aan de andere Partij dat aan de benodigde formaliteiten voor de inwerkingtreding is voldaan.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om u de hernieuwde verzekering van mijn bijzondere hoogachting te geven.

Drs. H. E. C. M. TER BRAACK

Ambassadeur

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken

van de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Z. E. Dr. Luis Almagro

Montevideo

Regeling
Briefwisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay inzake de uitbreiding tot de Nederlandse Antillen en Aruba van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op de douanewetgeving
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2012
BWB-id
BWBV0004619
Versie
2012-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl