wetzoeker

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, houdende verdere vaststelling van een ontginningsgrens voor de aan beide zijden van de grens langs de Maas gelegen steenkolenmijnen

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
31-08-1964
Rechtsgebied
Agrarisch recht, Belastingrecht, Internationaal publiekrecht, Invoer en douane, Migratierecht, Ondernemingspraktijk
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0004613
Versie
1964-08-31_0
SHA-256 bron
deb05fed9e45e2ad477d94e46b3f8de6027a292897b3ff378e32c6235694ca52

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, houdende verdere vaststelling van een ontginningsgrens voor de aan beide zijden van de grens langs de Maas gelegen steenkolenmijnen

Artikel 1

1 Ten behoeve van de concessionarissen voor steenkool, aan Nederlandse zijde de Staat der Nederlanden (Staatsmijn Maurits) en aan Belgische zijde de Belgische Staat (Kempense Staatsconcessie), wier concessiegebieden zich onder de Maas tussen de punten 64a en 22A volgens de bij dit Verdrag gevoegde kaart (bijlage) uitstrekken tot de Rijksgrens ter plaatse, wordt, onafhankelijk van genoemde Rijksgrens, voor het ondergronds bedrijf een ontginningsgrens overeengekomen. Zij is op de kaart door een gebroken rode lijn aangeduid.

2 De coördinaten van de knikpunten in deze lijn zijn in de bijlage aangegeven zowel in het stelsel van het Belgische Rijksdriehoeknet als in dat van het Nederlandse Rijksdriehoeknet.

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, houdende verdere vaststelling van een ontginningsgrens voor de aan beide zijden van de grens langs de Maas gelegen steenkolenmijnen

Artikel 2

Het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 6 van het op 23 oktober 1950 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België te Brussel gesloten Verdrag geldt ten deze op overeenkomstige wijze, zij het met dien verstande dat voor de toepassing van dit Verdrag:

a) in artikel 2 lid 1 in plaats van „km raai 30 tot km raai 50” wordt gelezen: „km raai 25 tot km raai 30”;

b) waar in die artikelen 2 tot en met 6 enige bevoegdheid of verplichting berust bij de aan Belgische zijde gelegen mijn, deze berust bij de concessionaris, de Belgische Staat;

c) zolang slechts één van beide concessionarissen tot ontginning in zijn concessiegebied binnen een strook van 1 km ter weerszijden van de ontginningsgrens is overgegaan, in afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 4, deze concessionaris alle daar genoemde door zijn ontginning veroorzaakte kosten volledig zal dragen en in afwijking van het bepaalde in artikel 5, sub e, uitsluitend deze concessionaris aansprakelijk zal zijn voor de daar bedoelde door zijn ontginning teweeggebrachte rechtsgevolgen.

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, houdende verdere vaststelling van een ontginningsgrens voor de aan beide zijden van de grens langs de Maas gelegen steenkolenmijnen

Artikel 3

1 Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage worden uitgewisseld.

2 Dit Verdrag zal in werking treden een maand na de uitwisseling der akten van bekrachtiging.