wetzoeker

Artikel 23 Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme

1 Elk geschil tussen twee of meer Staten die Partij zijn inzake de uitleg of toepassing van dit Verdrag dat niet binnen een redelijke termijn door onderhandelingen kan worden beslecht, wordt op verzoek van één van hen onderworpen aan arbitrage. Indien de partijen binnen zes maanden na de datum van het verzoek om arbitrage er niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken over de regeling van deze arbitrage, kan ieder van deze partijen het geschil voorleggen aan het Internationale Gerechtshof door middel van een verzoek overeenkomstig het Statuut van het Hof.

2 Elke Staat kan, op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag, verklaren dat hij zich niet gebonden acht door het eerste lid van dit artikel. De overige Staten die Partij zijn, zijn tegenover een Staat die Partij is die dit voorbehoud heeft gemaakt niet gebonden door het eerste lid.

3 Een Staat die een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Regeling
Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-07-2010
BWB-id
BWBV0004602
Versie
2010-07-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl