wetzoeker

Nr. VII Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Hongaarse Volksrepubliek ter regeling van hangende financiële aangelegenheden

Boedapest, 2 juli 1965

Excellentie,

Bij de besprekingen over het bepaalde onder b) van het eerste lid van artikel 1 van de Overeenkomst tussen de Hongaarse Volksrepubliek en het Koninkrijk der Nederlanden ter regeling van hangende financiële aangelegenheden, welke Overeenkomst heden werd ondertekend, heeft de Hongaarse Delegatie verklaard dat Hongarije in het algemeen geen discriminatoire maatregelen (sekwestratie, controle, blokkering) heeft genomen ten nadele van de Nederlandse eigendommen of eigendommen die toebehoren aan onderdanen van een Lid-Staat van de Verenigde Naties, en dat Hongarije niet de gegrondheid kan erkennen van de aanspraken wegens oorlogsschade. Derhalve kan de Hongaarse Regering, behalve indien er een feitelijke onteigening heeft plaatsgevonden, geen aanspraken erkennen die bij haar krachtens artikel 26 van het Vredesverdrag zijn ingediend.

De Hongaarse Regering heeft er echter geen bezwaar tegen dat de Nederlandse Regering van het in het eerste lid van artikel 1 bedoelde bedrag een gedeelte van ten hoogste 10 % aanwendt als tegemoetkoming in de onder b) van het eerste lid van artikel 1 bedoelde schade.

Ik zal het op prijs stellen, indien U van het bovenstaande kennis zult willen nemen.

Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) SULYOK BÉLA

Zijne Excellentie

de Heer Dr. Johan Huibert Zeeman

Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister

te Boedapest

Regeling
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Hongaarse Volksrepubliek ter regeling van hangende financiële aangelegenheden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-02-1966
BWB-id
BWBV0004581
Versie
1966-02-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl