Protocol bij de Europese Overeenkomst betreffende de uitwisseling van testsera voor bloedgroepenonderzoek (deel 1) Europese Overeenkomst betreffende de uitwisseling van testsera voor bloedgroepenonderzoek
Algemene bepalingen
1. Specificiteit
Een reagens voor bloedgroepenonderzoek moet met alle geteste bloedspecimens reageren, die het aan de antistof homologe antigeen of andere op het etiket vermelde stoffen bevatten.
Wanneer een reagens wordt gebruikt met de door de producent aanbevolen methode, mag geen enkele der navolgende factoren of verschijnselen zich voordoen:
(a) hemolytische eigenschappen;
(b) antistoffen of andere stoffen die niet op het etiket vermeld staan;
(c) bacteriële produkten die vals positieve of vals negatieve reacties teweeg zouden kunnen brengen;
(d) pseudo-agglutinatie door vorming van geldrollen;
(e) prozone-effect.
2. Sterkte
De titer wordt gemeten door van het te onderzoeken reagens een reeks tweevoudige verdunningen te maken in een passende oplossing. Bij iedere verdunning wordt een gelijk volume van een suspensie van rode bloedlichaampjes gevoegd. De titer is het getal dat de sterkste verdunning aangeeft waarin nog een reactie valt waar te nemen, waarbij de verdunning wordt berekend zonder in het totale volume het volume van de suspensie van bloedlichaampjes op te nemen.
In geval van anti-A, anti-B en andere reagentia voor gebruik op objectglazen, wordt de aviditeit uitgedrukt door de tijd die nodig is voor de agglutinatie op een objectglas.
3. Internationale standaarden en internationale eenheden
Door de Wereldgezondheidsorganisatie zijn internationale normen opgesteld voor de reagentia anti-A en anti-B en incompleet anti-D; deze normen zijn in studie voor reagentia van andere specificiteiten. Een internationaal standaardpreparaat bevat, per definitie, een bepaald aantal internationale eenheden per mg of ml; deze definitie is onafhankelijk van de titers die worden waargenomen wanneer de reagentia met speciale rode bloedlichaampjes worden onderzocht 1).
1) De sterkte der reagentia voor bloedgroepenonderzoek van de meeste specificiteiten wordt uitgedrukt als de agglutinatietiter welke wordt waargenomen wanneer het reagens in een reeks verdunningen wordt getest met een suspensie van rode bloedlichaampjes. De titer geeft de verdunning aan van het reagens in het laatste mengsel van de reeks waarin agglutinatie nog microscopisch waarneembaar is.
De sterkte der reagentia voor bloedgroepenonderzoek waarvoor internationale standaardpreparaten (thans alleen nog anti-A en anti-B en incompleet anti-D) bestaan, kan worden uitgedrukt in internationale eenheden *) op basis van titratie van het onbekende reagens in vergelijking met de internationale standaard of met een nationale substandaard.
De internationale standaardpreparaten van sera voor bloedgroepenonderzoek worden afgeleverd in ampullen met gedroogd serum van menselijke oorsprong. Wanneer de inhoud wordt opgelost tot een hoeveelheid van 1 ml bevatten de anti-A en anti-B sera per definitie 256 Internationale Eenheden per ml. Deze ampullen worden gratis verstrekt door het Internationale Laboratorium voor biologische standaarden van de W.G.O., Statens Seruminstituut, Kopenhagen.
De navolgende tabel geeft een voorbeeld van een vergelijkende titratie van het internationale standaardserum anti-A (S) en een „onbekend” reagens anti-A (U) getest met rode bloedlichaampjes van de bloedgroepen A1 en A2B.
Serum S | Reagens U | Serum S | Reagens U
bloedlichaampjes A1 | 1: 512 | 1: 28 | 256 | 64
bloedlichaampjes A2B | 1: 32 | 1: 16 | 256 | 128
(waargenomen) titers | (waargenomen) titers | Eenheden (per definitie) | Eenheden (volgens vergelijking)
* Zie Bull. Wld. Hlth. Org. 1954, 10, 937, 941 - 1950, 3, 301.
4. Stabiliteit en vervaldatum
Ieder reagens dat is opgeslagen onder de door de producent aanbevolen omstandigheden, moet de vereiste eigenschappen ten minste een jaar behouden.
Voor reagentia in vloeibare toestand mag de op het etiket aangegeven vervaldatum niet later zijn dan een jaar na de datum waarop bij de laatste controle een voldoende werkzaamheid werd bevonden. Na volgende controles op de werkzaamheid kan de vervaldatum steeds een jaar worden opgeschoven.
Ten aanzien van reagentia in gedroogde toestand dient de op het etiket vermelde vervaldatum in overeenstemming te zijn met het resultaat der stabiliteitsproeven, en moet deze worden goedgekeurd door de nationale autoriteiten die met de controle zijn belast.
5. Wijze van bewaren
Reagentia voor bloedgroepenonderzoek kunnen in vloeibare of in gedroogde toestand worden bewaard. De gedroogde reagentia dienen te worden bewaard onder inert gas of in vacuo, in een glazen houder die zodanig is afgesloten dat geen vocht kan binnendringen. Indien een gedroogd reagens boven fosforpentoxyde bij ten hoogste 0,02 mm kwikdruk verder wordt gedroogd, mag na 24 uur niet meer dan 0,5 percent gewichtsverlies optreden.
De reagentia moeten onder aseptische voorzorgen worden bereid en mogen niet met bacteriën zijn besmet. Ter bestrijding van bacteriën kan de bevoegde autoriteit van ieder land beslissen dat aan elk reagens (of aan elk oplosmiddel dat bij de gedroogde reagentia wordt geleverd) een antiseptlcum en/of een antibioticum wordt toegevoegd, op voorwaarde dat het reagens ook met deze toevoeging blijft beantwoorden aan de normen van specificiteit en sterkte.
De sera van menselijke oorsprong voor bloedgroepenonderzoek moeten per ml vloeibaar of opgelost serum ten minste 2,5 mg eiwitstikstof bevatten.
Zowel de vloeibare als de opgeloste sera moeten helder zijn en mogen geen neerslag, gel of zichtbare deeltjes bevatten.
6. Kleur
Het is wenselijk dat aan reagentia voor bloedgroepenonderzoek die met het buitenland worden uitgewisseld, geen kleurstof wordt toegevoegd, althans totdat er bij internationale overeenkomst een eenheidssysteem wordt aangenomen. Een toegevoegde kleurstof mag geen invloed hebben op de specifieke reactie.
7. Verstrekking en hoeveelheid
De reagentia voor bloedgroepenonderzoek dienen op dusdanige wijze en in dusdanige hoeveelheden te worden verstrekt dat het reagens uit één houder voldoende is voor het uitvoeren van tests met positieve en negatieve controle bloedlichaampjes, evenals voor tests met de onbekende bloedlichaampjes. De hoeveelheid in iedere houder moet zodanig zijn dat men eventueel ook proeven kan uitvoeren ter bepaling van de sterkte zoals omschreven in dit Protocol.
8. Registers en specimens
Het laboratorium waar de reagentia voor bloedgroepenonderzoek worden bereid dient nauwkeurig het verloop van produktie en controle van de reagentia bij te houden. Er dienen van alle verstrekte reagentia voldoende specimens door het laboratorium te worden bewaard totdat mag worden aangenomen dat de desbetreffende partij niet langer in gebruik is.
9. Indeling der reagentia
Reagentia voor bloedgroepenonderzoek kunnen stoffen bevatten die van menselijke, dierlijke, plantaardige (of minerale) oorsprong zijn, waarvan sommige de actieve stof en andere hulpmiddelen zijn voor het versterken van de werkingskracht of voor het behoud van de stabiliteit.
Om technische redenen zijn deze reagentia ingedeeld in drie categorieën, en wel naar de oorsprong van hun actieve stof. Dit wil niet zeggen dat reagentia van menselijke oorsprong uitsluitend stoffen van menselijke oorsprong bevatten, of dat de dierlijke of plantaardige reagentia geen stoffen van menselijke oorsprong mogen bevatten.
10. Etikettering, handleiding, verklaring
Een wit etiket met zwarte opdruk in het Engels en in het Frans wordt bevestigd op iedere klaargemaakte houder en hierop zijn de navolgende gegevens vermeld:
1. Naam en adres van de instelling waar het reagens is bereid
2. Naam van het reagens zoals aangegeven in de desbetreffende handleiding
3. Naam en hoeveelheid antisepticum en/of antibioticum, indien aanwezig, of aanduiding dat deze stoffen ontbreken
4. Volume of, indien het een gedroogd reagens betreft, volume en samenstelling van de voor de oplossing ervan benodigde vloeistof
5. Vervaldatum
6. Nummer van de partij.
- Regeling
- Europese Overeenkomst betreffende de uitwisseling van testsera voor bloedgroepenonderzoek
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 07-04-1978
- BWB-id
- BWBV0004573
- Versie
- 1978-04-07_0