wetzoeker

Artikel 5 Europees Verdrag inzake het toezicht op voorwaardelijk veroordeelden of voorwaardelijk in vrijheid gestelden

Beginselen

1 De Staat die het vonnis heeft uitgesproken kan aan de Staat op het grondgebied waarvan de delinquent zijn vaste woonplaats heeft verzoeken:

(a) zich uitsluitend te belasten met de uitoefening van het toezicht bedoeld in titel II;

(b) zich te belasten met de uitoefening van het toezicht alsmede, zo nodig, met de tenuitvoerlegging van de straf overeenkomstig de titels II en III;

(c) zich te belasten met de volledige toepassing van het vonnis overeenkomstig de bepalingen van titel IV.

2 De aangezochte Staat is gehouden aan dit verzoek gevolg te geven onder de bij dit Verdrag bepaalde voorwaarden.

3 Indien de verzoekende Staat een der in het eerste lid van dit artikel bedoelde verzoeken heeft gedaan en indien de aangezochte Staat er de voorkeur aan geeft in een bepaald geval gebruik te maken van een der andere in het eerste lid voorziene mogelijkheden, kan de aangezochte Staat weigeren gevolg te geven aan dat verzoek, en zich tegelijkertijd bereid verklaren gevolg te geven aan een door hem aan te duiden verzoek van andere strekking.

Regeling
Europees Verdrag inzake het toezicht op voorwaardelijk veroordeelden of voorwaardelijk in vrijheid gestelden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1988
BWB-id
BWBV0004551
Versie
1988-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl