wetzoeker

Artikel 1 Europees Verdrag inzake het toezicht op voorwaardelijk veroordeelden of voorwaardelijk in vrijheid gestelden

Beginselen

1 De Verdragsluitende Partijen verbinden zich elkaar overeenkomstig de hierna volgende bepalingen de wederzijdse rechtshulp te verlenen die nodig is voor de sociale reclassering van de in artikel 2 bedoelde delinquenten. Deze rechtshulp bestaat in het houden van toezicht op de delinquenten, welk toezicht enerzijds tot uitdrukking komt in maatregelen die een gedragsverbetering alsook de wederaanpassing van deze delinquenten aan het maatschappelijk leven kunnen vergemakkelijken en anderzijds door een waakzaam oog te houden op hun gedrag, ten einde, zo nodig, hetzij alsnog een vonnis over hen uit te kunnen spreken, hetzij een reeds eerder tegen hen gewezen vonnis ten uitvoer te kunnen leggen.

2 De Verdragsluitende Partijen leggen, overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen, de tegen de delinquent uitgesproken vrijheidsstraf of met vrijheidsberoving gepaard gaande maatregel, waarvan de toepassing was opgeschort, ten uitvoer.

Regeling
Europees Verdrag inzake het toezicht op voorwaardelijk veroordeelden of voorwaardelijk in vrijheid gestelden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-1988
BWB-id
BWBV0004551
Versie
1988-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl