wetzoeker

Artikel 10 Overeenkomst inzake het Financiële Protocol gehecht aan de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije

De leningen worden verstrekt door de Bank volgens dezelfde procedure als die welke voor haar normale verrichtingen door haar statuten is vastgesteld, behoudens de volgende bepalingen:

De verzoeken om een lening waarover door de Turkse Regering een gunstig advies is uitgebracht, worden, vergezeld van alle ter zake dienende opmerkingen, door de Bank aan de Lid-Staten en aan de Commissie doorgezonden.

Het verzoek om een lening wordt geacht niet op bezwaren te stuiten, indien de Bank binnen vier weken na het doorzenden van de documenten geen verzoek van een Lid-Staat om overleg tussen de Lid-Staten ontvangt.

In het tegenovergestelde geval onderzoekt een Comité waarin een vertegenwoordiger van iedere Lid-Staat zitting heeft en waaraan een vertegenwoordiger van de Commissie deelneemt, de ontvankelijkheid van het verzoek.

Het Comité nodigt deskundigen van de Bank uit zijn vergaderingen bij te wonen.

Het Comité spreekt zich uit met een gekwalificeerde meerderheid van 67 stemmen volgens de volgende verdeling:

België | 8

Bondsrepubliek Duitsland | 33

Frankrijk | 33

Italië | 18

Luxemburg | 1

Nederland | 7

Regeling
Overeenkomst inzake het Financiële Protocol gehecht aan de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
17-11-1964
BWB-id
BWBV0004549
Versie
1964-11-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl