wetzoeker

HOOFDSTUK VII — Taalgebruik Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van de personen in dienst van de Benelux Economische Unie

Taalgebruik

15. Het instellen van beroep en het deelnemen aan het geding in de eigen taal vormen een waarborg voor een goede rechtsbedeling. Het geding moet dan ook worden ingeleid en gevoerd in de taal van verzoeker, d.w.z. dat de inleidende memorie, de memorie van antwoord, de aanvullende geschriften en de processtukken in die taal worden opgesteld.

In plaats van de verzoeker geheel vrij te laten in de keuze van de taal waarin het geding wordt gevoerd - hetgeen aanleiding zou kunnen geven tot ongewenste praktijken - houdt de tekst een objectief criterium in: de taal waarvan verzoeker zich zou bedienen indien hij een soortgelijk geschil bij de administratieve rechter van zijn eigen land aanhangig zou moeten maken. Verzoekers van Nederlandse of Luxemburgse nationaliteit dienen zich derhalve te bedienen van de Nederlandse, respectievelijk de Franse taal; verzoekers van Belgische nationaliteit dienen de taal te gebruiken, welke is bepaald in artikel 25, par. 4, van de wet van 23 december 1946, houdende instelling van een Raad van State, welk artikel is gewijzigd door de wet van 15 april 1958.

De getuigen en deskundigen bedienen zich uiteraard van de taal hunner keuze, doch hun verklaring wordt ambtshalve en kosteloos vertaald indien zij zich uitdrukken in een andere taal dan die waarin het proces wordt gevoerd.

De tot het dossier behorende of in de loop van het geding gedeponeerde stukken worden, indien zij in een andere dan de in het proces gebezigde taal zijn opgesteld, eveneens vertaald.

Regeling
Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van de personen in dienst van de Benelux Economische Unie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-1986
BWB-id
BWBV0004547
Versie
1986-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl