wetzoeker

HOOFDSTUK VI — Procesgang Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van de personen in dienst van de Benelux Economische Unie

Procesgang

11. Ofschoon steunend op de beginselen die gemeen zijn aan elke vorm van rechtspleging, biedt de procesvoering voor de met de rechtsbescherming van het personeel van de Unie belaste Kamer van het Benelux-Gerechtshof niettemin enkele bijzondere aspecten: de procedure is namelijk inquisitoir, d.w.z. geleid door de rechter en niet onderhevig aan belemmering door gebrek aan medewerking van partijen; voorts is de procedure summier d.w.z. zoveel mogelijk vereenvoudigd.

12. Om een zaak voor het Hof te brengen kan worden volstaan met indiening van een daartoe strekkend verzoekschrift bij de griffie.

Om begrijpelijke redenen van rechtszekerheid mag niet te lang onzekerheid blijven bestaan omtrent de rechtsgeldigheid van algemene of op een afzonderlijk geval betrekking hebbende beslissingen t.a.v. in dienst van de Unie staande personen. Het instellen van beroep tegen deze beslissingen moet op straffe van verval geschieden binnen een termijn van twee maanden, ingaande op de dag waarop de verzoeker feitelijk kennis heeft genomen van de eindbeslissing, eventueel nadat de interne beroepsprocedure volledig is toegepast.

Na het verstrijken van deze termijn vervalt het recht op beroep. Deze termijn geldt eveneens t.a.v. de stilzwijgende afwijzing van een verzoek door de Unie in de zin van de artikelen 11 en 12.

Voor de Kamer, waarvoor zowel een actie tot vernietiging alsook een actie op de grondslag van volledige rechtsmacht kan worden ingesteld, moet een volledig debat op tegenspraak worden gevoerd. Daartoe moet door de Unie naar aanleiding van het inleidende verzoekschrift ter griffie een memorie van antwoord worden ingediend, waarin de aangevallen beslissing kan worden verdedigd en de aangevoerde middelen kunnen worden weerlegd. Tevens moeten alle andere terzake dienende stukken van het dossier ter griffie worden gedeponeerd, waar de verzoeker daarvan inzage kan nemen. Het spreekt vanzelf dat de partijen de Kamer kunnen verzoeken de overlegging te gelasten van stukken die ter sprake zijn gebracht en die zich niet in het dossier bevinden.

13. Zoals trouwens voor een doeltreffende rechtsbescherming vereist, wordt de procesgang geleid door de rechter. De voorzitter van de Kamer stelt de termijn vast binnen welke de memorie van antwoord moet zijn ingediend en gelast partijen aanvullende geschriften en documenten te deponeren die noodzakelijk zijn voor een duidelijke uiteenzetting der geschilpunten en voor de samenstelling van het dossier.

Wederom met toepassing van het beginsel van een inquisitoire procesvoering is het tevens van belang dat de Kamer, vooral in disciplinaire aangelegenheden, zich volledig inzicht kan laten verschaffen op onduidelijke punten door het horen van getuigen en deskundigen. Zij roept deze getuigen en deskundigen eigener beweging of op verzoek van partijen op.

Met het oog op de betrouwbaarheid der getuigenverklaringen worden de getuigen en deskundigen onder ede gehoord; de eed wordt afgelegd op de in hun nationale wetgeving voorgeschreven wijze.

14. Het is denkbaar dat bepaalde personen belang hebben bij de uitkomst van een geding waarin zij geen partij zijn. In dat geval verkeert b.v. een personeelslid wiens promotie wordt betwist door een uitgeschakelde kandidaat. Het is in overeenstemming met een goede rechtsbedeling zulke personen de bevoegdheid tot tussenkomst in het proces te verlenen, mits zij hun belang aantonen.

Regeling
Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van de personen in dienst van de Benelux Economische Unie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-1986
BWB-id
BWBV0004547
Versie
1986-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl