wetzoeker

HOOFDSTUK I — Bevoegdheid Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van de personen in dienst van de Benelux Economische Unie

Bevoegdheid

3. Met betrekking tot de aanwijzing van de tot kennisneming van het beroep bevoegde rechter is een keuze denkbaar tussen het Benelux-Gerechtshof en een bijzondere rechter voor deze zaken. Die keuze is gevallen op het Benelux-Gerechtshof, omdat het gewenst is het aantal internationale gerechten zo beperkt mogelijk te houden. De aanwijzing van het Benelux-Gerechtshof als bevoegde rechter leidde ertoe de regeling van de rechtsbescherming neer te leggen in een aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof. De onderlinge verhouding tussen Verdrag en Protocol is geregeld in de artikelen 2 en 38-40 van het Protocol.

Het is duidelijk, dat het in plenaire samenstelling, d.w.z. met negen rechters zitting houdende Hof minder geschikt is om de hier aan de orde zijnde beroepen te behandelen. Daarom is in artikel 2 van het Protocol bepaald, dat de betrokken rechtsmacht wordt uitgeoefend door een uit het midden van het Hof samengestelde Kamer, waarin drie rechters, van elk land één, zitting hebben.

4. Het onderhavige Protocol is van toepassing op alle personen, die in dienst zijn of geweest zijn van de Benelux Economische Unie. Het geldt dus ook voor zodanige personen, die niet werkzaam zijn of waren bij het Secretariaat-Generaal doch b.v. bij eventueel in te stellen gemeenschappelijke diensten.

Het Protocol is mede van toepassing op de Secretaris-Generaal en de Adjunct-Secretarissen-Generaal. Met het oog op de bijzondere aard van de door hen vervulde functie is te hunnen aanzien beroep echter beperkt tot de in artikel 3, onder a, omschreven categorieën van besluiten. Zo zal tegen een beschikking van het Comité van Ministers, waarbij zij tijdelijk of definitief uit hun functie worden ontheven om andere redenen dan lichamelijke ongeschiktheid, geen beroep openstaan. Daarentegen kunnen de financiële consequenties van een dergelijke beschikking voor hun bezoldiging, pensioen of sociale voorzieningen wel voor het Hof worden aangevochten.

Het is mogelijk, dat in de toekomst personen in dienst van de Unie een met de Secretaris-Generaal en de Adjunct-Secretarissen-Generaal enigermate vergelijkbare positie hebben, b.v. doordat zij hoofd zijn van een gemeenschappelijke dienst, die afhankelijk is van het Comité van Ministers of een Ministeriële Werkgroep. Artikel 4 van het Protocol verleent het Comité van Ministers de bevoegdheid deze personen voor de omvang van de bij het Protocol voorziene rechtsbescherming gelijk te stellen met de Secretaris-Generaal en de Adjunct-Secretarissen-Generaal.

Voorts wordt ook aan de weduwen en wezen van de personen, die in dienst waren van de Unie, recht van beroep toegekend. Dit is beperkt tot besluiten betreffende hun pensioenen of andere sociale voorzieningen.

5. Met betrekking tot de voor beroep vatbare besluiten zij er de aandacht op gevestigd, dat blijkens artikel 3 zowel tegen besluiten van algemene strekking als tegen die betrekking hebbend op afzonderlijke gevallen beroep kan worden ingesteld, d.w.z. zowel tegen besluiten die algemene normen bevatten als tegen die, welke die normen op individuele gevallen toepassen. De bijzondere structuur van de Unie verzet zich tegen het maken van onderscheid tussen deze beide categorieën van besluiten, omdat een besluit, dat formeel van algemene strekking is, in feite door de geringe omvang van het personeel van de Unie slechts één persoon of slechts enkele personen kan betreffen; als zulk een besluit niet vatbaar zou zijn voor beroep, zou daardoor te zeer afbreuk worden gedaan aan de beoogde rechtsbescherming.

Regeling
Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van de personen in dienst van de Benelux Economische Unie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-1986
BWB-id
BWBV0004547
Versie
1986-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl