wetzoeker

Artikel 20 Europese Code inzake Sociale Zekerheid (herzien)

UITKERING BIJ WERKLOOSHEID

1 Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:

a. alle werknemers, met inbegrip van leerlingen; of

b. voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 70 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking.

2

a. Niettegenstaande het bepaalde in letter a van het voorgaande lid, kan elke Partij groepen werknemers die in totaal niet meer dan 15 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers, uitsluiten van de toepassing van dit Deel;

b. niettegenstaande het bepaalde in het voorgaande lid kan een Partij ambtenaren die voorgeschreven waarborgen van zekerheid van arbeid genieten, uitsluiten van de toepassing van dit Deel.

3 Voorts moet, onder voorgeschreven voorwaarden, ten minste twee van de volgende acht groepen personen die nooit hebben behoord tot, of gedurende een voorgeschreven tijdvak niet meer behoren tot, de in het eerste lid van dit artikel bedoelde groep beschermde personen, tot de beschermde personen gerekend:

a. jongeren die een beroepsopleiding hebben voltooid;

b. jongeren die hun studie hebben voltooid;

c. jongeren die zijn ontslagen uit de verplichte militaire dienst;

d. ouders aan het eind van een tijdvak dat zij geheel hebben gewijd aan de opvoeding van een kind na beëindiging van het zwangerschapsverlof;

e. personen wier echtgeno(o)t(e) is overleden;

f. gescheiden personen;

g. ex-gedetineerden;

h. personen die zijn gerevalideerd na arbeidsongeschiktheid.

Regeling
Europese Code inzake Sociale Zekerheid (herzien)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
06-11-1990
BWB-id
BWBV0004546
Versie
1990-11-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl