wetzoeker

Artikel 8 Verdrag inzake de visserij

1 Zodra een Verdragsluitende Partij het in de artikelen 2 tot en met 6 omschreven regime toepast, gelden alle visrechten die zij daarna toekent aan een Staat die geen partij is bij dit Verdrag automatisch voor de andere Verdragsluitende Partijen in het betrokken gebied, ongeacht of deze daarop aanspraak zouden kunnen maken wegens het feit dat zij de visserij gewoonlijk bedrijven en wel in zoverre de Staat die geen partij is bij dit Verdrag daadwerkelijk en geregeld van die rechten gebruik maakt.

2 Indien een Verdragsluitende Partij die het in de artikelen 2 tot en met 6 omschreven regime heeft ingesteld, aan een andere Verdragsluitende Partij visrechten toekent, waarop laatstgenoemde krachtens de artikelen 3 en 4 geen aanspraak kan maken, gelden deze rechten automatisch voor alle andere Verdragsluitende Partijen.

Regeling
Verdrag inzake de visserij
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-07-1971
BWB-id
BWBV0004526
Versie
1971-07-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl