wetzoeker

Nr. II Notawisseling tussen de Nederlandse en de Belgische Regering betreffende de oprichting en het gebruik van twee onbemande radarstations op Nederlands grondgebied

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN

Directie Europa

Bureau West- en

Zuid-Europa

No. 198363

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken biedt de Ambassade van België zijn complimenten aan en heeft de eer de Ambassade in antwoord op Haar nota van 5 oktober 1967, no. 56/7790, betreffende de oprichting en het gebruik van twee onbemande radarstations op Nederlands grondgebied, het volgende mede te delen.

De Nederlandse Regering verleent hierbij haar toestemming voor de oprichting en het gebruik op Nederlands grondgebied langs de Westerschelde van twee onbemande radarstations, als automatische relaisposten voor de centrale radarpost van het Belgische operatiecentrum te Zandvliet van de in 1962 ten behoeve van de scheepvaart opgerichte Schelde-Inlichtingendienst, zulks onder de navolgende voorwaarden:

1. Nederlands toezicht moet mogelijk zijn op het gebruik dat van bedoelde stations wordt gemaakt;

2. het Belgisch personeel, dat de apparatuur van bedoelde stations bedient, moet voldoen aan door Nederland goedgekeurde bekwaamheidseisen;

3. de door Nederland met het toezicht op het gebruik van bedoelde stations belaste functionarissen moeten kunnen ingrijpen, zodra de veiligheid van de scheepvaart op het Nederlandse gedeelte van de Schelde dit naar hun inzicht noodzakelijk maakt;

4. de activiteiten van het walradarsysteem, althans voor wat betreft de scheepvaart op Nederlands gebied, moeten worden gestaakt, indien naar het oordeel van de Nederlandse Permanente Commissarissen van Toezicht op de Scheldevaart de veiligheid van de scheepvaart op Nederlands gebied door deze activiteiten wordt geschaad;

5. de gehele apparatuur moet voldoen aan door Nederland goedgekeurde technische normen;

6. de apparatuur moet van zodanige constructie zijn, dat aansluiting aan een eventuele latere uitbreiding van de radarketen langs de Schelde technisch niet in de weg wordt gestaan.

Het Belgische verzoek tot het bouwen van de radar stations en de Nederlandse toestemming daartoe onder de hoger omschreven voorwaarden moeten worden opgevat als een overeenstemming gelijk bedoeld in artikel 6 van het Verdrag van 23 oktober 1957 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, regelende de verlichting en de bebakening van de Westerschelde en haar mondingen. De radarstations zullen door de zorgen van de Nederlandse Regering in overleg met en voor rekening van de Belgische Regering worden aangeschaft, geplaatst en onderhouden op de voorwaarden als in artikel 5 van genoemd Verdrag overeengekomen.

De Nederlandse Regering behoudt zich het recht voor deze aangelegenheid opnieuw in overweging te nemen en de verleende toestemming alsmede de bovenstaande voorwaarden, na overleg met de Belgische Regering, te herzien, in geval van ingrijpende wijzigingen ter plaatse (bijvoorbeeld door uitvoering van het zogenaamde Baalhoekproject en/of andere grote waterstaatkundige werken).

's-Gravenhage, 22 november 1968.

Aan de Ambassade van België

te 's-Gravenhage

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Belgische Regering betreffende de oprichting en het gebruik van twee onbemande radarstations op Nederlands grondgebied
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-02-1969
BWB-id
BWBV0004516
Versie
1969-02-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl