wetzoeker

Artikel 2 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn

Samenstelling, procedure en nadere bevoegdheden van de Arbitrale Commissie

1 Als voorzitter en diens plaatsvervanger benoemen de Hoge Verdragsluitende Partijen in onderlinge overeenstemming personen die voldoen aan de voorwaarden, vereist om in hun eigen land de hoogste rechterlijke ambten te bekleden, dan wel rechtsgeleerden zijn van erkende bekwaamheid op het gebied van het internationale recht.

2 De voorzitter en diens plaatsvervanger mogen niet de nationaliteit bezitten van één van de Hoge Verdragsluitende Partijen. Zij mogen noch hun gewone verblijfplaats op het grondgebied van één van beide Partijen hebben noch in hun dienst staan.

3 De ambtstermijnen van de voorzitter en diens plaatsvervanger bedragen vijf jaar, met uitzondering van de ambtstermijn van de eerste plaatsvervanger die na de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt benoemd, welke termijn zes jaar bedraagt. Uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de ambtstermijn van de voorzitter of diens plaatsvervanger wordt door de Hoge Verdragsluitende Partijen een nieuwe voorzitter of plaatsvervanger benoemd, ofwel wordt de ambtstermijn van de in functie zijnde voorzitter of plaatsvervanger met vijf jaar verlengd.

4 Ingeval

a) de voorzitter of diens plaatsvervanger aan de Hoge Verdragsluitende Partijen mededeelt, dat hij van zijn functie wenst te worden ontheven,

b) de voorzitter of diens plaatsvervanger niet meer voldoet aan een der in lid 2 gestelde eisen, of

c) om andere redenen voortijdig voor de functie van voorzitter of van diens plaatsvervanger een vacature ontstaat, gaan de Hoge Verdragsluitende Partijen zo spoedig mogelijk over tot de benoeming van een nieuwe voorzitter of plaatsvervanger voor de resterende ambtstermijn.

5

a) Indien de Hoge Verdragsluitende Partijen niet binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag overeenstemming hebben bereikt over de persoon van de voorzitter of diens plaatsvervanger, kan de President van het Internationale Gerechtshof, op verzoek van de Hoge Verdragsluitende Partijen gezamenlijk of van één van hen, de voorzitter of plaatsvervanger aanwijzen.

b) Indien de President verhinderd is of indien hij de nationaliteit heeft van één van de Partijen, kan de aanwijzing geschieden door de Vice-President, of indien ook deze verhinderd is of de nationaliteit van één van de Partijen heeft, door het oudstbenoemde lid van het Internationale Gerechtshof, dat niet de nationaliteit van één van de Partijen heeft.

c) De bepalingen onder a) en b) van dit lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de Hoge Verdragsluitende Partijen, wanneer voor de functie van voorzitter of van diens plaatsvervanger een vacature ontstaat, geen overeenstemming kunnen bereiken over de persoon van de opvolger.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1996
BWB-id
BWBV0004515
Versie
1996-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl