wetzoeker

Artikel 33 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn

Statuut van de verbinding tussen de Schelde en de Rijn

1 België ziet af van alle aanspraken welke, met betrekking tot de instandhouding of de hoedanigheid van Schelde en Rijn verbindende vaarwegen op Nederlands gebied, zouden kunnen worden ontleend aan de op het tijdstip van ondertekening van dit Verdrag van kracht zijnde verdragen.

2 Aangezien evenwel de thans in gebruik zijnde vaarverbinding door het kanaal door Zuidbeveland, de Oosterschelde, het Keeten, het Mastgat, het Zijpe en de Krammer ook na ingebruikstelling van de in artikel 2 bedoelde vaarweg niet uitsluitend door de interne Nederlandse scheepvaart zal worden gebruikt doch mede van belang blijft voor het verkeer op het gebied van de Benelux Economische Unie, gaat Nederland, indien het te eniger tijd zou overwegen deze vaarverbinding buiten gebruik te stellen of in haar hoedanigheid belangrijke wijzigingen aan te brengen, daartoe niet over dan na overleg met België.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1996
BWB-id
BWBV0004515
Versie
1996-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl