wetzoeker

Artikel 2 Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Korea

(1) Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van overeengekomen diensten.

(2) Met inachtneming van de bepalingen van deze Overeenkomst geniet een door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij de volgende voorrechten:

(a) om zonder te landen over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te vliegen;

(b) om op dat grondgebied te landen voor andere dan verkeersdoeleinden;

(c) om op dat grondgebied te landen op de voor alle routes in de Bijlage bij deze Overeenkomst genoemde punten voor het afzetten en opnemen van passagiers, vracht en post in internationaal verkeer, afkomstig van of bestemd voor andere aldus aangewezen punten.

(3) Geen van de in het tweede lid van dit artikel genoemde voorrechten wordt geacht een luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen het recht te geven tot het opnemen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers, vracht of post tegen vergoeding of beloning en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

Regeling
Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Korea
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
19-08-2018
BWB-id
BWBV0004463
Versie
2018-08-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl