wetzoeker

Artikel 10 Overeenkomst inzake de administratieve en strafrechtelijke samenwerking op het gebied van de regelingen die verband houden met de verwezenlijking van de doelstellingen van de Benelux Economische Unie

Vervolging en berechting

1 De vervolging van strafbare feiten geschiedt in het land waar zij zijn begaan. Indien een strafbaar feit wordt voortgezet in een der beide andere landen, wordt het geacht te zijn begaan in het land waarin het is aangevangen.

2 Indien de verdachte van het strafbare feit echter verblijf houdt in een ander land dan het in het eerste lid bedoelde, kan de bevoegde autoriteit van het land van verblijf een vervolging instellen. In dat geval stelt zij de bevoegde autoriteit van het andere land daarvan rechtstreeks in kennis en kan zij de zaak afdoen indien de bevoegde autoriteit van het in het eerste lid bedoelde land binnen dertig dagen na ontvangst van bedoelde kennisgeving niet verzoekt de zaak aan haar over te dragen, of uitdrukkelijk afziet van haar recht tot strafvervolging.

3 Indien het niet mogelijk is met zekerheid vast te stellen in welk land het strafbare feit is begaan, heeft vervolging plaats in het land waar de verdachte verblijf houdt.

4 Bij gebreke van de in de vorige leden voorziene omstandigheden berust de bevoegdheid tot vervolging bij de autoriteit van het land waarin het strafbare feit is geconstateerd.

Regeling
Overeenkomst inzake de administratieve en strafrechtelijke samenwerking op het gebied van de regelingen die verband houden met de verwezenlijking van de doelstellingen van de Benelux Economische Unie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-2008
BWB-id
BWBV0004462
Versie
2008-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl