wetzoeker

Bijlage III — Regels inzake de toepassing van artikel 16 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) betreffende de vestiging te Petten van een inrichting van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek op het gebied van de Kernenergie

Regels inzake de toepassing van artikel 16

De Nederlandse Regering en de Commissie der Europese Gemeenschap voor Atoomenergie stellen vast, dat het Centrum te Petten deel uitmaakt van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek op het Gebied van de Kernenergie bedoeld in artikel 8 van het Euratom Verdrag en dat dientengevolge dit Centrum, zijn werkzaamheden en het daarvoor in aanmerking komende personeel onderworpen zijn aan de bepalingen van het Euratom Verdrag, van het Protocol betreffende de Voorrechten en Immuniteiten, alsook aan de toepassingsbepalingen zoals vastgelegd in de briefwisseling van 25 juli 1961 tussen de Nederlandse Regering en de Commissie.

Artikel 1. De Commissie bevordert naar vermogen, dat de Nederlandse wetgeving binnen het Centrum wordt nageleefd, in het bijzonder ook voor wat betreft de voorschriften op het terrein van de gezondheidszorg, de veiligheid en de openbare orde.

Artikel 2. Op verzoek van of in overleg met de Commissie, dan wel de door haar daartoe gemachtigde leiding van het Centrum, treffen de Nederlandse autoriteiten de nodige maatregelen binnen het Centrum tot handhaving van de Nederlandse wetgeving en van de orde en veiligheid.

Artikel 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 11 a) van het Protocol betreffende de Voorrechten en Immuniteiten stelt de Commissie of de door haar daartoe gemachtigde leiding van het Centrum de Nederlandse justitiële autoriteiten in de gelegenheid binnen het Centrum op te treden wanneer dit redelijkerwijze van haar kan worden verwacht. Aan genoemd optreden zal iedere redelijkerwijze te verwachten medewerking worden verleend.

Artikel 4. Wanneer een gebeurtenis binnen het Centrum gevaar medebrengt voor de gezondheid of de openbare veiligheid, verwittigt de leiding van het Centrum onverwijld de bevoegde Nederlandse autoriteiten en beraadt zich met hen over de te nemen maatregelen. De leiding van het Centrum stelt de bevoegde Nederlandse autoriteiten eveneens in kennis van elke gebeurtenis en elk ongewoon verschijnsel, dat aanleiding kan geven tot vrees voor gevaar voor de gezondheid of de openbare veiligheid.

Artikel 5. Wanneer het redelijkerwijze van haar verwacht kan worden, stelt de Commissie of de door haar daartoe gemachtigde leiding van het Centrum de bevoegde Nederlandse autoriteiten in de gelegenheid tot het houden van inspecties, welke deze autoriteiten met het oog op de naleving van de Nederlandse wetgeving noodzakelijk achten. Aan genoemde inspecties zal iedere redelijkerwijze te verwachten medewerking worden verleend. Ambtenaren van de Gemeenschap hebben het recht aan deze inspecties deel te nemen.

Artikel 6. De Nederlandse Regering en de Commissie komen overeen, ieder voor wat haar betreft, alle maatregelen te nemen, die een onjuist gebruik of een onjuiste toepassing van de hiervoren gestelde bepalingen kunnen voorkomen.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) betreffende de vestiging te Petten van een inrichting van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek op het gebied van de Kernenergie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-10-1962
BWB-id
BWBV0004458
Versie
1962-10-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl