wetzoeker

Artikel 14 Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR)

GEBRUIK VAN APPARATUUR

1 Ingevolge artikel 13, tweede lid, onderdeel b, van de Overeenkomst, dienen bestuurders die een in een Overeenkomstsluitende Partij ingeschreven voertuig besturen en aan wie de bevoegde autoriteiten nog geen bestuurderskaart hebben kunnen afgeven en die gedurende de overgangsperiode bedoeld in het eerste lid van dit artikel deelnemen aan het internationaal verkeer met een voertuig dat is uitgerust met een digitaal controleapparaat overeenkomstig aanhangsel 1B bij de bijlage, te allen tijde wanneer een functionaris belast met de inspectie daarom verzoekt in staat te zijn de afdrukken en/of registratiebladen te tonen van de lopende week en in elk geval de afdruk en/of het registratieblad van de laatste dag waarop zij reden in de voorafgaande week.

2 Het eerste lid is niet van toepassing op bestuurders van voertuigen die ingeschreven zijn in een land waar een bestuurderskaart verplicht is. De bestuurders tonen evenwel te allen tijde afdrukken indien een functionaris belast met de inspectie daarom verzoekt.

3 De in het eerste lid bedoelde afdrukken moeten worden voorzien van de gegevens waarmee de bestuurders kunnen worden geïdentificeerd (naam en nummer van het rijbewijs) alsmede hun handtekening.

Regeling
Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR)
Afkortingen
AETR
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-04-2022
BWB-id
BWBV0004455
Versie
2022-04-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl