wetzoeker

Nr. II Briefwisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering inzake de voortzetting van de samenwerking tussen de meteorologische diensten van de Nederlandse Antillen en de Verenigde Staten van Amerika

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

's-Gravenhage, 15 juni 1970.

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellentie's brief van heden, die als volgt luidt:

(zoals in Nr. I)

Ik heb de eer te bevestigen, dat het voorgaande de goedkeuring van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden wegdraagt en dat Uw brief en het onderhavige antwoord te zamen een overeenkomst inzake dit onderwerp tussen onze beide Regeringen vormen, die, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, van toepassing is op de Nederlandse Antillen, die voorlopig zal worden toegepast met ingang van de datum van het onderhavige antwoord en die in werking zal treden op de dag waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van de Verenigde Staten van Amerika schriftelijk ervan in kennis stelt dat aan de in het Koninkrijk der Nederlanden grondwettelijke vereisten is voldaan.

Gelief, Excellentie, de hernieuwde uitdrukking van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) J. LUNS

Zijner Excellentie

de Heer J. W. Middendorf II

Buitengewoon en Gevolmachtigd

Ambassadeur van de Verenigde Staten van Amerika

Korte Voorhout,

's-Gravenhage.

Regeling
Briefwisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering inzake de voortzetting van de samenwerking tussen de meteorologische diensten van de Nederlandse Antillen en de Verenigde Staten van Amerika
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-12-1970
BWB-id
BWBV0004440
Versie
1970-12-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl