wetzoeker

Artikel 55 Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank

Rechtspositie, immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten

Alle Bestuurders, bewindvoerders, plaatsvervangers, het leidinggevend en ander personeel van de Bank alsmede deskundigen die een missie voor de Bank vervullen:

(i) genieten immuniteit voor rechtsvorderingen in verband met handelingen, die zij uit hoofde van hun ambt hebben verricht, tenzij de Bank afstand doet van deze immuniteit;

(ii) genieten indien zij geen burgers of onderdanen zijn van het land waar zij zich bevinden, dezelfde onschendbaarheid ten aanzien van immigratiebeperkingen, registratieplichten voor buitenlanders en nationale dienstplicht en dezelfde faciliteiten ten aanzien van deviezenbepalingen als door de leden aan de vertegenwoordigers, ambtenaren en employés van vergelijkbare rang in dienst van andere leden worden toegekend; en

(iii) genieten dezelfde behandeling ten aanzien van reisfaciliteiten als door de leden aan de vertegenwoordigers, ambtenaren en employés van vergelijkbare rang van andere leden wordt toegekend.

Regeling
Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2026
BWB-id
BWBV0004436
Versie
2026-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl