wetzoeker

Artikel 60 Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank

Wijzigingen, interpretatie, arbitrage

1 Meningsverschillen omtrent de interpretatie of toepassing der voorschriften van deze Overeenkomst die rijzen tussen een lid en de Bank, of tussen twee of meer leden van de Bank onderling, worden ter beslissing voorgelegd aan het College van Bewindvoerders. Indien een lid dat niet in de Raad is vertegenwoordigd door een Bewindvoerder van zijn eigen nationaliteit in bijzondere mate bij het desbetreffende meningsverschil is betrokken, is het gerechtigd zich gedurende de behandeling in het College van Bewindvoeders te doen vertegenwoordigen; de vertegenwoordiger van dit lid heeft echter geen stem. Zodanige rechten van vertegenwoordiging worden geregeld door de Raad van Bestuur.

2 In elk geval waarin het College van Bewindvoerders volgens het eerste lid van dit artikel een beslissing heeft genomen, kan een lid verzoeken de zaak naar de Raad van Bestuur te verwijzen, wiens oordeel bindend is. Hangende de beslissing van de Raad van Bestuur, kan de Bank, voor zover zij dit nodig acht, op grond van de beslissing van het College van Bewindvoerders handelen.

Regeling
Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2026
BWB-id
BWBV0004436
Versie
2026-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl