wetzoeker

Artikel 5 Aanvullende Overeenkomst bij het op 8 april 1960 voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland ondertekende Verdrag tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding (Eems-Dollardverdrag)

(1) Voor de toepassing van de artikelen 32 en 36 van het Eems-Dollardverdrag wordt een met de bodem verbonden installatie voor de opsporing of winning die zich aan de Nederlandse zijde van de lijn bevindt gelijkgesteld met een Nederlandse haven, en een zodanige installatie die zich aan de Duitse zijde van de lijn bevindt met een Duitse haven. Het overeenkomstige geldt voor de toepassing van artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag.

(2) Er bestaat overeenstemming over dat het toezicht der mijnbouwautoriteiten op opsporingswerkzaamheden die vanaf een schip worden uitgevoerd niet onder artikel 34, lid 3, eerste volzin, van het Eems-Dollardverdrag valt; in dit geval is voor de toepassing van het recht en de bevoegdheid der mijnbouwautoriteiten de lijn bepalend.

(3) Er bestaat overeenstemming over dat ook drijvende installaties, of schepen, als met de bodem verbonden worden beschouwd indien vanaf die installaties of schepen boringen worden verricht.

Regeling
Aanvullende Overeenkomst bij het op 8 april 1960 voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland ondertekende Verdrag tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding (Eems-Dollardverdrag)
Afkortingen
Eems-Dollardverdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1963
BWB-id
BWBV0004413
Versie
1963-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl