wetzoeker

Nr. VII Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian)

15 augustus 1962

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw nota van heden, waarin U mij mededeelt bereid te zijn, bepaalde functies op U te nemen met betrekking tot de afgifte van paspoorten gedurende de periode dat het gebied Westelijk Nieuw-Guinea (West-Irian) door het Tijdelijke Bestuursorgaan van de Verenigde Naties (UNTEA) wordt bestuurd en waarin mijn Regering wordt verzocht zich te belasten met het verlenen van consulaire bijstand en bescherming aan Papoea's (West-Irianezen) in het buitenland die om deze bijstand en bescherming verzoeken gedurende de periode dat het gebied door het UNTEA wordt bestuurd. Ik heb de eer U bij deze mede te delen dat mijn Regering zich met het verlenen van deze consulaire bijstand en bescherming zal belasten.

Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) SOEBANDRIO

Vertegenwoordiger van Indonesië

Oe Thant

Waarnemend Secretaris-Generaal

van de Verenigde Naties

New York

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-1962
BWB-id
BWBV0004397
Versie
1962-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl