wetzoeker

Nr. III Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian)

15 augustus 1962

Excellenties,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen die op 13 en 14 augustus 1962 ten Hoofdkwartiere der Verenigde Naties hebben plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van de Indonesische Regering, de Nederlandse Regering en van het Secretariaat inzake bepaalde financiële regelingen die men in verband met het bestuur van Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian) door de Verenigde Naties beoogt te treffen.

Naar aanleiding van het verzoek van de vertegenwoordigers der beide regeringen zijn deze regelingen hieronder vermeld.

De Secretaris-Generaal zal, in overleg met de beide regeringen, een begroting opstellen waarin alle voor het bestuur van het gebied geraamde kosten zullen worden opgenomen en zal de beide regeringen verzoeken bij wijze van voorschot fondsen ter beschikking te stellen in de vereiste valuta's en op de vereiste datum (data) voor het dekken van de geraamde kosten.

De door de regeringen aan de Organisatie beschikbaar gestelde fondsen zullen worden behandeld als „beheerde fondsen” overeenkomstig de punten 6.6 en 6.7 van het Financiële Reglement van de Verenigde Naties en zullen worden beheerd volgens de bestaande financiële reglementen en voorschriften van de Verenigde Naties inzake beheerde fondsen, reserve- en speciale rekeningen en in het bijzonder volgens de punten 10.1 (d), 10.2 en 11.3 van het Financiële Reglement van de Verenigde Naties inzake de regelingen met betrekking tot (a) de handhaving van een interne financiële controle om te zorgen voor een doelmatig lopend onderzoek en/of toezicht op de financiële handelingen teneinde de regelmatigheid van de ontvangst, de bewaring en het gebruik van de fondsen te verzekeren, alsmede dat de verplichtingen en uitgaven in overeenstemming zijn met het doel van de beheerde fondsen en de daarvoor geldende regels en dat van deze middelen een zo economisch mogelijk gebruik wordt gemaakt; (b) de bepaling dat geen verplichtingen mogen worden aanvaard voordat schriftelijke toewijzingen en andere geëigende machtigingen onder gezag van de Secretaris-Generaal zijn verstrekt en (c) de handhaving van een afzonderlijke speciale rekening ten aanzien van alle van de regeringen in beheer ontvangen fondsen.

Zo spoedig mogelijk na de beëindiging van de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties voor het bestuur van het gebied zal aan de beide regeringen een door accountants gecontroleerde opgave worden verstrekt inzake de inkomsten en uitgaven die voortvloeien uit en verband houden met het bestuur van het gebied door de Verenigde Naties; van eventuele overschotten van het beheerde fonds die niet nodig zijn ter dekking van door de Organisatie in dit verband aangegane verplichtingen zal aan elk van beide regeringen de helft worden terugbetaald.

Indien zich na de opstelling van de voorlopige begroting onverwachte ontwikkelingen mochten voordoen, die de beschikbaarstelling van aanvullende fondsen door de beide regeringen noodzakelijk maken, stelt de Secretaris-Generaal in overleg met de beide regeringen een aanvullende begroting op en verzoekt de benodigde aanvullende fondsen in het beheerde fonds te storten.

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat de begroting uit twee hoofdstukken zal bestaan, namelijk een hoofdstuk dat betrekking zal hebben op wat als de gewone op het gebied betrekking hebbende werkzaamheden en rekeningen zou kunnen worden aangeduid en een hoofdstuk dat betrekking zal hebben op door de Verenigde Naties te maken personeels- en andere kosten (o.a. salarissen, pensioenbijdragen in het kader van de Verenigde Naties, verzekeringen, reiskosten, kosten van verbindingen), die zich niet lenen tot behandeling als onderdeel van de gewone op het gebied betrekking hebbende werkzaamheden. In het tweede hoofdstuk van de begroting kunnen eveneens de kosten worden opgevoerd voor eventueel aan te trekken beveiligingspersoneel waarin de bestaande begroting van het gebied niet voorziet.

Ik meen te weten dat de vertegenwoordigers van de beide regeringen die aan de besprekingen hebben deelgenomen hun instemming met de hierboven vermelde regelingen tot uitdrukking hebben gebracht; ik zou het evenwel op prijs stellen van U te mogen vernemen, dat Uw Regering haar goedkeuring aan bovengenoemde regelingen heeft gehecht.

Gelief, Excellenties, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) OE THANT

Waarnemend Secretaris-Generaal

Zijne Excellentie

Dr. J. H. van Roijen

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur

van Nederland in de Verenigde Staten

van Amerika

Zijne Excellentie

Mr. C.W.A. Schurmann

Permanent Vertegenwoordiger van Nederland

bij de Verenigde Naties

711 Third Avenue

New York 17, N.Y.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-1962
BWB-id
BWBV0004397
Versie
1962-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl