Bijlage A — Memorandum houdende overeenstemming inzake het staken der vijandelijkheden, welk memorandum een Overeenkomst vormt tussen de Republiek Indonesië en het Koninkrijk der Nederlanden Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian)
Memorandum houdende overeenstemming inzake het staken der vijandelijkheden, welk memorandum een Overeenkomst vormt tussen de Republiek Indonesië en het Koninkrijk der Nederlanden
1. De staking der vijandelijkheden in Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian), hierna te noemen „het gebied”, dient plaats te vinden op zaterdag 18 augustus 1962 om 00.01 GMT. Van dat ogenblik af dienen de volgende regels in acht te worden genomen:
(a) Beide partijen staken het vuren.
(b) Indonesië en Nederland zenden naar hun strijdkrachten in het gebied geen versterkingen meer, noch zullen zij hun strijdkrachten opnieuw bevoorraden met militair materieel.
(c) De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wijst personeel van de Verenigde Naties aan om (i) toe te zien op de uitvoering van deze Overeenkomst, en (ii) in het bijzonder de nodige stappen te ondernemen ter voorkoming van alle handelingen die de veiligheid van de troepen van beide Partijen bij deze Overeenkomst in gevaar kunnen brengen.
(d) Alle eventueel voorkomende incidenten worden door de betrokken partij onmiddellijk aan het personeel van de Verenigde Naties gemeld, opdat dit de nodige maatregelen kan nemen om in overleg met beide partijen de oorspronkelijk bestaande toestand te herstellen.
2. De staking der vijandelijkheden zal aan de Nederlandse en Indonesische strijdkrachten op de volgende wijzen worden bekendgemaakt:
(a) Het verspreiden van berichten via Indonesische en Nederlandse radiostations en via andere communicatiemiddelen.
(b) Het uitwerpen van pamfletten in de betrokken gebieden overeenkomstig de bepalingen van lid 3 van deze Overeenkomst.
3. Teneinde de bijzondere moeilijkheden het hoofd te bieden, die zich zullen voordoen bij het mededelen van het bevel „staakt het vuren” aan de Indonesische strijdkrachten in het gebied, zullen Indonesische vliegtuigen van tevoren vastgestelde vluchten uitvoeren teneinde pamfletten uit te werpen, waarop een door de Secretaris-Generaal goedgekeurde tekst staat afgedrukt. De Indonesische autoriteiten stemmen ermee in, zo spoedig mogelijk en niet later dan veertien dagen na het staken der vijandelijkheden de verspreiding van dit pamflet aan geïsoleerde posten mogelijk te maken. Tijdens deze vluchten is personeel van de Verenigde Naties aan boord om voor en na de vlucht rapport uit te brengen over het tijdstip en de route van de vlucht en van de gebieden waarboven de pamfletten worden uitgeworpen.
4. Om de herbevoorrading van Indonesische troepen in het gebied te vergemakkelijken en te verzekeren dat zij tijdig onder het gezag en ter beschikking van de Secretaris-Generaal zullen staan, zal Indonesië de noodzakelijke maatregelen treffen met betrekking tot hun legering in daarvoor uitgekozen gebieden, in overeenstemming met de Secretaris-Generaal. De Secretaris-Generaal handelt terzake in overleg met de Nederlandse bestuursautoriteiten.
5. De herbevoorrading van de Indonesische strijdkrachten in het gebied met niet-militair materieel geschiedt door personeel van de Verenigde Naties, dat hierbij samenwerkt met de Nederlandse en Indonesische autoriteiten. Het personeel van de Verenigde Naties kan een of twee onbewapende Indonesische schepen gebruiken voor het vervoer naar een of meer voor de Nederlandse autoriteiten aanvaardbare havens. Bevoorrading door de lucht vindt plaats onder leiding van het personeel der Verenigde Naties met vliegtuigen van de Verenigde Naties.
6. Teneinde de in de leden 3, 4 en 5 van deze Overeenkomst genoemde regelingen ten uitvoer te leggen zal een verbindingsinstantie van de Verenigde Naties en een Indonesische verbindingsinstantie, elk bestaande uit drie officieren, worden ingesteld bij een Nederlands hoofdkwartier in het gebied. In de Nederlandse Permanente Missie en de Indonesische Permanente Missie bij de Verenigde Naties zullen verbindingsofficieren worden opgenomen om de verbindingen te onderhouden met het Bureau van de Secretaris-Generaal.
7. Zo spoedig mogelijk na aanvaarding door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van de in artikel 1 van de Overeenkomst tussen de Republiek Indonesië en het Koninkrijk der Nederlanden inzake Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian) bedoelde resolutie, en niet later dan 1 oktober 1962, zullen veiligheidstroepen van de Verenigde Naties, waaronder een infanteriebataljon met bijbehorende wapens en diensten, door de Secretaris-Generaal ter beschikking worden gesteld van het Tijdelijke Bestuursorgaan van de Verenigde Naties (UNTEA) in het gebied, die als eerste taak zullen hebben de bestaande Papoea-politie bij te staan bij de handhaving van recht en orde.
8. Nederland zal door tussenkomst van de Secretaris-Generaal regelingen treffen om Indonesische gevangenen zo spoedig mogelijk na de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Republiek Indonesië en het Koninkrijk der Nederlanden inzake Westelijk NieuwGuinea (West Irian) te repatriëren.
9. Indonesië en Nederland zullen gezamenlijk de Secretaris-Generaal verzoeken de hem bij deze Overeenkomst opgedragen functies op zich te nemen.
10. Indonesië en Nederland zullen, ieder voor de helft, alle door de Secretaris-Generaal krachtens deze Overeenkomst gemaakte kosten dragen en die bedragen die hij nodig acht, bij wijze van voorschot, ter beschikking stellen.
- Regeling
- Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake Westelijk Nieuw-Guinea (West Irian)
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-10-1962
- BWB-id
- BWBV0004397
- Versie
- 1962-10-01_0